is toegevoegd aan uw favorieten.

Over hereditairen nystagmus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar nystagmus dikwijls een symptoom is van hersenüjden, is een neurologisch onderzoek van de proefpersonen zeer gewenscht. Ik heb mij daarbij, helaas, tot eenige hoofdzaken moeten beperken, om het onderzoek voor de proefpersonen (die toch niet het minste belang hebben bij het onderzoek) niet zoo tijdroovend te maken, dat zij zich niet beschikbaar wilden stellen. Dit onderzoek leverde niet veel bijzonders op: het intellect, de pupilreactie's, de patellair-, Achillespees-, voetzool-, cremaster- en buikreflexen, de gang, de stereognostische zin waren steeds binnen de grenzen van het normale. Teekenen van ataxie (Romberg, wijsvinger-neus- en tweewijsvingerproeven) waren afwezig. Eenigen vertoonden een tremor der uitgestoken handen, doch deze waren meestal rookers. No. W (HH) 15 had een intentietremor der handen.

Daar bij normale personen prikkeling van de halfcirkelvormige kanalen nystagmus opwekt (zie hoofdstuk I), wilde ik nagaan of de oorzaak van den hereditairen nystagmus gelegen is in een abnormale prikkelingstoestand van het booggangssysteem. A priori is dit niet waarschijnlijk. Tegen een eenzijdige abnormale prikkeling pleit de vorm van den nystagmus, die bij niet één lijder naar slechts één zijde gericht is en ook het niet bestaan van duizeligheid en omvallen.

Daar er zooals boven waarschijnlijk is gemaakt bij de lijders één pathologisch moment de oogen naar rechts en één naar links tracht te bewegen, zou dit gedrag alleen dan aan de halfcirkelvormige kanalen kunnen worden toegeschreven, wanneer de gelijknamige links- en rechtszijdige booggangen beide een prikkelingstoestand onderhielden, evenwel in tegengestelde richting. Dit zou vergelijkbaar zijn met hetgeen bij normalen geschiedt, wanneer beide ooren tegelijk met koud water worden uitgespoten. Deze proef toont echter aan, dat zulke tegengesteld gerichte prikkels elkaar opheffen en de oogspierentonus niet gewijzigd wordt.

Dat er geen verhoogde prikkelbaarheid van de horizontale booggangen bestaat bij de lijders die een horizontale