is toegevoegd aan uw favorieten.

Over oogveranderingen bij lepra

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en seclusio pupillae. De pupil krijgt dan een grijsachtige kleur; bij schuinopvallend licht is de kleur van het exsudaat opaak. Door deze exsudaat-afzetting op de lens wordt het niet mogelijk den fundus te zien.

Nu eens kunnen de veranderingen aan de iris langen tijd op dezelfde hoogte blijven, dan weer treden perioden van verergeringen met pijnlijkheid gepaard, op. Na elke periode van verergering zijn de synechieën vermeerderd. In aansluiting aan deze verandering kan zich een glauccma secundaitfum ontwikkelen. Wordt niet tijdig ingegrepen, dan kan het oog sterk uitgezet worden, hetgeen vergemakkelijkt wordt, doordat de oogrok door de lepreuze infiltratie aan resistentie belangrijk heeft ingeboet. Zooals reeds gezegd is, kan de iritis een complicatie zijn van een episcleritis, een ulcus corneae bij lagophthalmus of bij leproomvorming in de cornea.

Jeanselme en Morax (1898) beschreven twee gevallen van een irisaandoening bij lepra, die zij niet in de litteratuur vonden.

De oppervlakte van de iris, waarvan de kleur geen verandering ondergaan had, scheen gevlekt door een uitzaaiing van klein grijsachtige puntjes, die eerst met een loupe duidelijk gezien konden worden. Deze kleine vlekken, ter grootte van de punt van een naald, waren in beide gevallen verspreid over de geheele oppervlakte van de iris; het talrijkst waren zij in de omgeving van den sphincter iridis. Zij schenen een weinig boven het oppervlak van de iris te promineeren en deden de schrijvers denken aan de miliaire tuberkels, die men bij sommige vormen van iritis tuberc. ziet, met dit onderscheid, dat deze knobbeltjes veel kleiner waren. Deze vormsels leken in grootte en vorm zóó sterk op de in de cornea aanwezige infiltraten, dat zij een oogenblik in twijfel waren, of hetgeen zij zagen geen projectie van de infiltraten in de cornea op de iris was. Bij zijdelingsche belichting kregen zij zekerheid, dat de knobbels in de iris zaten.

In deze twee gevallen vertoonde de iris geen symptomen, die met de aanwezigheid van deze vormsels in verband gebracht konden worden; in het eene geval reageerde de iris normaal, in het andere was deze tengevolge van synechiëen geheel onbeweeglijk. In een van deze gevallen waren deze miliaire vormsels bij een