is toegevoegd aan uw favorieten.

Over oogveranderingen bij lepra

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1906 werd hij wegens malaria afgekeurd voor den dienst in de tropen. In 1904 of 1905 is hij gedurende langeren tijd wegens zenuwhoofdpijn op een „blokzaal (zaal van gestraften) verpleegd geworden, waar hij werd geholpen en verpleegd door een inlander met veel zweren op zijn lichaam en die moeilijk liep. Hij meent, dat deze man een lepralijder is geweest.

In 1904 merkte patiënt, toen nog in Indië, een vlekje op zijn linkerbeen ter grootte van een rijksdaalder. De huid was bruin en schilferde af; tevens voelde patiënt op die plek minder goed.

Sedert 1912 kwamen langzamerhand dergelijke plekken op zijn armen en zijn been; hij kreeg voorts roode vlekken op gelaat en romp. Nadat patiënt uit Indië gekomen is, heeft hij 2 jaar in Zutfen in het Nederlandsche leger gediend en is daarna 8 jaar in M,ünchen als horlogemaker werkzaam geweest. Sedert 1915 heeft hij een dik gezicht gekregen met dik voorhoofd en dikke oorlellen. In 1916 kwam hij wegens zijn ziekte en in verband met den oorlog naar Nederland. Hij is eerst in Bronbeek, daarna in het gesticht Joh. de Deo in Haarlem verpleegd. Begin 1916 is hij met het gebruik van ol. chaulmograe en aouïne begonnen. Sedert 1918 wordt hij in een Universiteitskliniek verpleegd. Toen hij opgenomen werd, waren zijn ooren groot, maar gaaf. Het voorhoofd, dat zeer verdikt was door infiltratie van de huid, vertoonde eenige diepe verticale en horizontale plooien. De neus was dik en groot. Het neusslijmvlies vertoonde neiging tot korstvorming.

Er waren atrophieën aan onderarmen, thenar, hypothenar en interosseï. Patiënt had aan de handen contracturen (klauwenhand). De huid van handen, onderbeenen en voeten was atrophisch, glad en sterk glanzend, had een donker livide kleur met hier en da?.z donkerbruine vlekken. De voeten stonden in equinusstand. Pug, schouders, borst en buik waren vrijwel geheel met donkerbruine en iets lichtere landkaartachtige vlekken bedekt.

In 1920 reageerden de pupillen prompt op licht, convergentie en consensueel, waren even groot en gelijk. In 1921 was een speldeknop-groot knobbeltje aan den nasalen rand van de cornea in O.D. te zien; O.S. vertoonde geen afwijking.

In Mei 1925 had patiënt veel pijn aan zijn oogen en was lichtschuw. Er bestond keratitis en iritis op beide oogen.

6