is toegevoegd aan uw favorieten.

Over oogveranderingen bij lepra

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII.

Pathologisch-anatomisch en bacteriologisch onderzoek.

De ratten- en konijnenoogen, alsook het uit den hals van rat 4 verwijderd gezwel, werden gedurende 24 uren in 10 % formalineoplossing gehard, waarna zij de verdere bewerking, noodig voor insluiting in celloïdine, ondergingen. Vóórdat de oogen van alcoholaether in celloïdine gebracht werden, werden zij opengesneden. Van de konijnen 3, 4 en 9 werden de oogen, vóórdat zij in formaline gedaan werden, opengesneden, daar de eene helft voor overentingen moest gebruikt worden.

De rattenoogen werden niet opengesneden, maar in toto ingesloten, waarna er seriecoupes gemaakt werden.

Voor weefselkleuring werd de haematoxylineosine — en de Weigert-Giessonkleuring gebruikt. Voor bacillenkleuring werd de methode van Ziehl-Neelsen en Gram gevolgd.

De kleuring van leprabacillen in de weefsels, volgens de in de boeken aangegeven methode voldeed niet geheel. Werd met 30 % salpeterzuur of met 5 % zoutzuuralcohol ontkleurd, dan waren de bacillen óf geheel ontkleurd óf zeer zwak getint. Voor ontkleuring, die 20 seconden duurde, gebruikte ik 5 % salpeterzuur of 1 % zoutzuuralcohol, waarna ik goedgekleurde praeparaten kreeg.

Gebruikte ik bij de Gramkleuring de daarvoor aangegeven Lugolsche oplossing (1 gr. Jodium, 2 gr. Jodet. kalic. op 300 gr. Aq. dest.), dan viel het praeparaat, zoodra het in deze vloeistof gebracht werd, geheel uit elkaar. Ik kreeg pas bruikbare resultaten, toen ik 1 deel Lugolsche oplossing met 3 deelen Aqua destillata verdunde.

Praeparaten, volgens de methode van Gram vervaardigd, schenen veel rijker aan bacillen te zijn, dan die volgens Ziehl-Neelsen gekleurd. Het viel mij bovendien op, dat de bacil van de rattenlepra gemakkelijker, dan de bacil van Hansen te ontkleuren was.