is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de werking van alkaloïden op het oog, in verband met eenige eigenschappen van het kamervocht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

water na te gaan, hoe deze zich, in dezelfde concentratie, waarin zij in dit vocht zijn opgelost, gedragen tegenover de alkaloïden. Het is bekend, dat deze hoeveelheden door verschillende schrijvers, ook van dezelfde diersoort, verschillend wordt opgeven (zie hieronder).

Dit behoeft geen verwondering te wekken, daar

1°. de individueele verschillen bij deze dieren tamelijk groot zijn;

2°. de hoeveelheden van sommige dier stoffen zoo gering zijn, dat bij de bepaling ervan meer of minder groote fouten niet altijd te vermijden zijn, temeer, daar de hoeveelheid beschikbaar kamerwater zoo gering is.

We hebben ons voor onze onderzoekingen gehouden aan de opgaven van Magitot & Mestrezat 1) en Duke-Eldee 2).

Alvorens onze resultaten mede te deelen, zij er op gewezen, dat het onderzoeken van de enkele bestanddeelen, met uitsluiting van alle andere, slechts een betrekkelijke waarde heeft, daar men de werking, die stoffen in het kamerwater op elkaar kunnen uitoefenen, en dus eventueel ook op het toegevoegde alkaloïd, daardoor uitsluit.

') Annales d'Oculist. T. 158, 1921, pag. 1.

2) W. Stewart, Duke-Elder, The nature of the intraocular fluids, London, 1927. Brit. J. of Ophth.