is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de werking van alkaloïden op het oog, in verband met eenige eigenschappen van het kamervocht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit pleit er wel zeer sterk tegen, dat een verandering in eiwitgehalte de verschuiving der Hionenconcentratie teweeg gebracht kon hebben.

Thans willen wij nog eens terugkomen op het vraagstuk der permeatie in het algemeen en die van het hoornvlies in het bijzonder. Zie hoofdstuk II, pag. 11 e.v.

Het is voorshands nog onmogelijk de doorsijpeling door levende weefsels ook maar eenigszins afdoende te verklaren, d.w.z. tot algemeen bekende physicochemische verschijnselen terug te brengen.

Tracht men zich iets nader rekenschap te geven van de verschijnselen, welke bij de filtratie van alkaloïden door het hoornvlies waargenomen kunnen worden, dan kan men zich eerst afvragen, welke invloeden bij het doordringen van stoffen door membranen een rol spelen.

Als een der eerste factoren komt het volume van het molecule in aanmerking.

Hoe grooter een molecule is, hoe meer atomen het bevat en hoe langzamer het door een kollodiummembraan heendringt 1).

Deze twee grootheden hangen wel is waar niet direct evenredig met elkander samen, maar zeer in het algemeen kan men toch zeggen, dat deze betrekking tusschen volume van het molecule en door-

') Gellhorn, t. a. p. pag. 23.'