is toegevoegd aan uw favorieten.

Over actiestroomen der retina bij bestraling met radium

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkregen werden. Dit uitdrogen heeft dus niet terstond een minder functionneeren van de retina tengevolge, althans niet wat de electrische verschijnselen betreft. Waarschijnlijk werd het uitdrogen veroorzaakt doordat bij de meeste experimenten een zuurstofstroom langs het praeparaat werd geleid. De ingeblazen zuurstof of eventueele andere gassen kunnen n.1. alleen ontwijken door de bestralingsopening in de inzinking van de dakplaat, waaronder het oog staat opgesteld. Ofschoon deze gassen tevoren door een tweetal waschflesjes geleid werden, en zoodoende zooveel mogelijk met waterdamp verzadigd waren, bleek toch een lichte uitdroging niet te vermijden. Bij experimenten met gecurariseerde kikvorschen nam de weerstand niet noemenswaard toe.

Nadat het praeparaat en de electroden waren opgesteld en de snaargalvanometer was ingeschakeld, werd de ruststroom gemeten door met den compensatiestroom de snaar in zijn oorspronkelijken stand terug te brengen. Voor het geënucleëerde intacte oog bedroeg het voltage van den benoodigden compensatiestroom bij de verschillende praeparaten 5 tot 17 millivolt. Voor het geënucleëerde gehalveerde oog varieerde de ruststroom tusschen 3 en 12 millivolt en bij gecurariseerde kikvorschen tusschen 3 en 14 millivolt. Deze spanningen gelden alleen voor den aanvang van verschillende opnamen, aangezien de ruststroom tijdens de proeven gewoonlijk verminderde en soms zelfs door het nulpunt heen omgekeerd gericht werd. Waar zulks noodig is, wordt de spanning van den ruststroom bij den aanvang, gedurende en na afloop van het experiment vermeld. Na het meten van den ruststroom werd gewoonlijk de weerstand van het praeparaat bepaald door, bij een gegeven spanning van de snaar, den compensatiestroom met Vio