is toegevoegd aan uw favorieten.

Over actiestroomen der retina bij bestraling met radium

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkelijk steile intermissie van de gammastralen te bewerkstelligen moet men zeer dikke loodschermen periodiek tusschen het radiumpreparaat en het oog brengen hetgeen op zichzelf al een bezwaar is en bovendien een te grooten afstand tusschen het radiumpreparaat en het oog vereischt. In verband met deze bezwaren maar vooral omdat de gammastralen slechts een zeer ondergeschikte rol spelen bij het tot stand komen van het radium-E.R.G. werd van dit onderzoek afgezien.

Bij elk der drie methoden waarop de invloed van het intermitteeren der betastralen werd onderzocht, stond het oog aan een voortdurende inwerking der gammastralen bloot, met slechts een wisseling in intensiteit daarvan, die bij elk der drie methoden verschillend was.

1 °. De in hoofdstuk II beschreven opstelling werd gebruikt bij proeven waarbij het intermitteeren met een geringe frequentie geschiedde. Hierbij werd het radiumpreparaat op de gewone wijze telkens even lang boven het oog geplaatst als ervan verwijderd gehouden. Bij de pogingen om op deze wijze een frequent intermitteeren te bereiken traden door de snelle rotatie van de zware loodschijf zoodanige storingen op, dat hiervan moest worden afgezien. Wat de gammastralen betreft werd met deze methodiek bereikt, dat door het draaien van de schijf de loodlaag tusschen het radium en het oog betrekkelijk snel in dikte toenam of verminderde, en er zich reeds op het moment waarop het radium 45° van de bestralingsopening was weggedraaid, resp. er naar toe gedraaid, ongeveer 10 cm lood tusschen het radium en het oog bevond.

2°. Om een grootere bestralingsfrequentie te verkrijgen werd de volgende wijziging in de apparatuur aangebracht. (Zie fig. 22). De loodschijf werd van het dak van het