is toegevoegd aan uw favorieten.

Over actiestroomen der retina bij bestraling met radium

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontstaat. Bij bestraling van alle andere oogdeelen bleef de snaargalvanometer volkomen in rust. Op deze wijze werd tevens bewezen, dat deze actiestroom der retina afhankelijk is van biologische verhoudingen en niet bestaat uit een zuiver physisch verschijnsel door een ladingsoverdracht van de radiumstralen op het weefsel zonder meer, aangezien de andere oogdeelen dan ook een electrisch effect hadden moeten vertoonen.

In hoofdstuk IV wordt eerst een onderzoek over de zichtbaarheid der beta- en gammastralen vermeld. Hierbij werd vastgesteld, dat de lichtindruk, die de donker-geadapteerde mensch krijgt bij bestraling van het oog met een radiumpreparaat, tot stand komt door de werking der gammastralen. Verder werd bij dit onderzoek geconstateerd:

1°. dat deze lichtgewaarwording het sterkst is in de peripherie van het gezichtsveld,

2°. dat merkwaardigerwijze bij bestraling van het oog van terzijde, de lichtgewaarwording in het gezichtsveld aan dien zelfden kant het sterkst is,

3°. dat er bij het plaatsen van een krachtig radiumpreparaat tegen het achterhoofd, ook een lichtgewaarwording optreedt.

Daarna volgt een onderzoek over het optreden van fluorescentie in de oogmedia en in de retina onder invloed zoowel van beta- en gammastralen als van gammastralen alleen. Eerstgenoemde straalsoorten tesamen veroorzaken een duidelijke fluorescentie van alle oogdeelen. De gammastralen alleen veroorzaken geen waarneembare fluorescentie. Vervolgens werd de invloed van de fluorescentie der oogmedia op het E.R.G. onderzocht. Het bleek dat deze invloed gering is.

6