is toegevoegd aan uw favorieten.

Over het ontstaan van sympathische ophthalmie in verband met anaphylaxie en allergie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

docyclitis was verkregen door honden in het glasvocht van één oog te sensibiliseeren met uveapigment; de reïnjectie gebeurde intraperitoneaal. Beide oogen reageerden klinisch met duidelijke praecipitaten tegen de achtervlakte der cornea. Histologisch werd in het corpus ciliare, de processes ciliares en in de iris een rondcellige infiltratie gevonden, die zich langs het ligamentum pectinatum en op de achtervlakte van de cornea uitstrekte. Volgens Woods blijft het de vraag, of dit misschien het beeld is van de sympathische ophthalmie, zooals zich dat bij honden zou kunnen voordoen. Deze experimenten zijn zeer belangrijk, en kunnen als het ware als een experimentum crucis voor de theorie van Elschnig gelden. Dat ze niet in alle gevallen een positieve uitslag opleverden, is o.i. een sterk argument tegen de opvatting van Elschnig. Ook hier vragen we ons weer af, of de veranderingen niet toxisch veroorzaakt zijn.

Door enkele onderzoekers werd getracht met behulp van de passieve anaphylaxie, de anaphylactische antilichamen tegen uveapigment in het bloedserum van patienten aan te toonen. Hierbij wordt serum van patienten bij proefdieren ingespoten en na eenige tijd (het best na 24 uur) worden de dieren met het antigeen behandeld. Bevat het serum antilichamen, dan krijgen we de typische antigeen-antilichaamreactie. Wissma nn nam bloed van 3 patienten met perforeerende oogverwondingen en verkreeg het antigeen uit de geënucleëerde bulbi. Rados onderzocht zoo het serum van 7 lijders aan sympathische ophthalmie. Het antigeen was hier varkens- en runderuveaemulsie. Deze proeven vielen negatief uit, evenals die van Nicoletti.

Overzien we nogmaals de beschreven experimenten, dan mogen we wel zeggen, dat de anaphylactogene werking van uvea of uveapigment nog geenszins bewezen is en dat we een gerechte twijfel mogen koesteren of ze inderdaad bestaat.

Het tweede gedeelte van onze vraag, of alleen de uvea gesensibiliseerd wordt, is niet te beantwoorden, zoolang we over het eerste gedeelte geen uitsluitsel hebben. ZooaJs we zagen, wijzen misschien de proeven van Woods in deze richting, maar kunnen we daar nog niet al te groote waarde aan toekennen. De eventueele orgaanspecificiteit van