is toegevoegd aan uw favorieten.

Over het ontstaan van sympathische ophthalmie in verband met anaphylaxie en allergie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geringe bloeding in de retina, die door de verwonding met de naald veroorzaakt was. 24 uur later was het serum grootendeels naar beneden gezakt en als een grauwe massa onder in het glasivocht te zien.

De eerste 2 dagen ontstond uitwendig een geringe conjunctivitis, terwijl tevens een lichte pericorneale injectie optrad. Deze openbaart zich bij konijnen het eerst in de omgeving van de rectus superior. Bij het oogspiegelen waren dan sterkere veranderingen waar te nemen. De retinavaten konden wat sterker gevuld zijn. Op eenigen afstand onder de papil leek het, alsof heele kleine fijne, heldere druppeltjes op de retina lagen. Andere plaatsen van de retina waren geheel grijs verkleurd. In 3 gevallen was nog één of twee dagen later in zoo'n grijs verkleurde plek een roode vlek te zien. Deze vlek bleek een deel der chorioidea te zijn, dat zichtbaar geworden was door een gat in de retina. In de andere 4 gevallen (één oog was reeds de tweede dag geënucleëeid) konden we zoo'n gatvorming niet waarnemen.

In alle 7 oogen vonden we tusschen de 6de en 9de dag de eerste verschijnselen van een iridocyclitis. De pericorneale injectie nam nog iets toe, doch werd nooit heftig. In de nauwgeworden pupilopening verscheen fibrine. Meestal legde deze fibrine zich als een smalle strook langs en op de pupilrand, soms in sterkere, dan weer in wat mindere hoeveelheid. Na hoogstens 5 dagen was de voorste oogkamer weer helder. Slechts in 3 gevallen werden blijvende achterste synechieën gevormd. Duidelijke vaatinjectie van de iris, welke bij konijnen door de sterke pigmentatie klinisch niet gemakkelijk wordt waargenomen, trad in onze gevallen niet op.

Door de nauwe pupil en de fibrine in de voorste oogkamer werd het oogspiegelen bij 4 konijnen vrijwel onmogelijk. Wel kon worden geconstateerd, dat glasvochttroebelingen optraden, maar de fundus was niet meer te zien. Bij doorvallend licht kon echter steeds rood licht uit de fundus verkregen worden; op andere plaatsen bestond een grijze reflex. Toen langzamerhand weer meer viel te onderscheiden, daax ook het glas vocht ophelderde, zagen we in het corpus vitreum groote grijze schorten en strengen verloopen. Het kan niet met zekerheid gezegd worden, of dit losgelaten retina of nieuwgevormde bindweefsel massa's waren.