is toegevoegd aan uw favorieten.

Over het ontstaan van sympathische ophthalmie in verband met anaphylaxie en allergie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We wezen er reeds op, dat we het een groot voordeel achten, dat de speciale localisatie der oogen, waarmee we bedoelen de oppervlakkige ligging gedeeltelijk omgeven en in de nabijheid van slijmvliezen (conjunctiva en de neus en haar bijholten), waarin we een uitgebreide flora van organismen vinden, een rol speelt in onze opvatting over de genese der sympathische ophthalmie. Deze speciale ligging maakt het begrijpelijk, waarom een dergelijk ziektebeeld als de sympathische ophthalmie, aan andere dubbel aangelegde organen, die veel meer beschut liggen, niet bekend is. Immers deze zelfde ligging kan verklaren, dat de sensibilisatie locaal plaats vindt en de ontsteking tot de oogen beperkt blijft, terwijl in andere organen geen afwijkingen worden gevonden. De stoornissen in het gehoor en het grijs worden der haren maken een uitzondering hierop. We mogen evenwel niet vergeten, dat dergelijke pigmentveranderingen als het grijs worden der haren, ook wel bij niet-sympathische vormen van iridocyclitis beschreven zijn.

Ook maakten wij er reeds attent op, dat de rol die het perforeerend trauma bij het ontstaan speelt en die toch eigenlijk, zooals ook von Hippel zegt, bij het begrip sympathische ophthalmie behoort, een ongedwongen, vrijwel noodzakelijke plaats bij onze opvatting inneemt. Het feit, dat de verwonding perforeerend moet zijn en de aandoening ook na verwondingen met steriele voorwerpen (operaties) kan optreden, is een duidelijke aanwijzing, dat het sympathische ophthalmie-agens, om het zoo eens te noemen, in de conjunctivaalzak moet voorkomen.

Dat ook na subconjunctivale scleraalrupturen sympathische ophthalmie kan optreden, kan geen contra-argument tegen onze opvatting zijn. Ons sympathische ophthalmie-agens moet een sterk penetreerend vermogen bezitten, daar het anders vooraf geen sterk sensibiliseerende invloed kan uitoefenen. Toch bestaat de mogelijkheid, dat de verwekker een enkele keer in voldoende aantal in de bloedbaan zal geraken en zoo het oog bereiken (de weg van het eerste oog naar het tweede oog is immers ook een haematogene). Dit kan een verklaring zijn voor de enkele gevallen van sympathische ophthalmie, die beschreven zijn, zonder dat een verwonding had plaats gehad.. Von Hi p p e 1 gelooft op grond van zijn pathologisch-anatomische