is toegevoegd aan uw favorieten.

Experimenteele akinesie van het oog in verband met de behandeling der netvliesloslating

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Proeven met chinine.

Van chinine is bekend, dat het in zeer zwakke concentraties bij subcutane inspuiting oedeem veroorzaakt en in sterkere concentraties weefsel tot necrose brengt. De ontstekings-verschijnselen, die optreden, worden, naar sommige onderzoekers schrijven, verzwakt, wanneer naast chinine ook antipyrine wordt ingespoten.

Oorspronkelijk hebben Schepelmann (1911) en Schaefer (1910) het chinine als anaestheticum aanbevolen. Werd er antipyrine aan toegevoegd, dan veroorzaakte dit mengsel bij subcutane toediening minder pijn.

Morgenroth J. en Ginsberg S (1912) verrichtten proeven met chinine om de anaesthetiseerende werking op de cornea na te gaan.

Eerst werd een proef, die in tabel 17 is ondergebracht, uitgevoerd met een zwakke oplossing van hydrochloras chinini 2 %. De gebruikelijke hoeveelheid van 2 x 0.2 cm3 werd ingespoten.

Tabel 17.

Proef met hydrochloras chinini 2 %.

Voor de injectie bedroeg de raddraaiïng Sens. Tensie

67 50 22

Tijd na de injectie.

1 uur 60 200 18 17 „ 64 50

23 „ 67 50 21

Na 1 dag is de draaiing teruggekeerd. Oogdruk en sensibiliteit zijn normaal. Verder zijn géén afwijkingen zichtbaar. Het geringe oedeem, dat zich vormde, was reeds den volgenden dag verdwenen.