is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige beschouwingen over vorm en functie in de pathologie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De naam functioneele pathologie klinkt eenigszins uitdagend tegen de anatomische pathologie; men zou hieruit de conclusie kunnen trekken dat de anatomie voor deze studierichting overbodig werd. De werkelijkheid is evenwel anders, want overal in dit boek worden niet alleen de functie, maar ook de vormafwijkingen bestudeerd, besproken en verwerkt in de conclusies.

Wanneer het een zuiver functioneele pathologie was, dan zou deze tak van wetenschap even eenzijdig zijn als een zuiver anatomische pathologie, omdat men vorm en functie moet beschouwen als onderdeelen van éénzelfde natuurverschijnsel.

Eenige jaren geleden heeft Paul Ernst, de toenmalige nestor der Duitsche patholoog-anatomen, een redevoering gehouden, waarin hij klaagt over het gebrek aan anatomische belangstelling in dezen tijd; het gemis aan „morphologisches Bedürfnis", zooals hij het noemt. Hij meent, dat de anatomische gedachte, die Morgagni in de geneeskunde heeft ingevoerd, verbleekt en verschrompeld is en met geweld wordt onderdrukt. Hij zegt o.a. „Der Tiefstand des Anschauungsvermögens steht also fest und musz einmal laut und offen vor aller Welt bekannt werden".

Ik kan deze klacht, welke bij vele patholoog-anatomen instemming heeft gevonden, niet geheel onderschrijven. Zooeven heb ik uiteengezet, dat een groot deel van het morphologisch onderzoek van de Pathologisch-Anatomische Instituten naar de verschillende klinieken is verhuisd; ik meen zelfs, dat de belangstelling voor den vorm der organen in de geneeskunde grooter is geworden dan vroeger. Het groote aantal Röntgenphoto's, dat geregeld gemaakt wordt, is hiervan een voorbeeld; de vragen om anatomische voorlichting door de kliniek zijn talrijker dan voorheen en het wordt voor den patholoog-anatoom steeds moeilijker, ja zelfs onmogelijk, om op de hoogte te blijven van de anatomische afwijkingen, die door de verschillende orgaanspecialisten zijn gevonden. Een deel van de klacht van Ernst heeft betrekking op de tegenwoordige studenten. Deze zouden volgens hem geen belangstelling meer hebben voor anatomie en pathologische anatomie en ze zouden hun oogen niet meer weten te gebruiken voor vormstudie. Ik kan ook dat deel van de klacht niet geheel onderschrijven. We moeten niet vergeten, dat de studenten in de geneeskunde tegenwoordig in veel ongunstiger omstandigheden leven dan vroeger. Ze staan verder