is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de beteekenis van de accomodatie voor het monoculair dieptezien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die gevonden te hebben met behulp van stereoskopisch geteekende figuren voor de stroboskoop (i). De waarnemer ziet de stereoskoopbeelden monoculair snel op elkander volgend en verwerkt ze tot eene volkomen stereoskopische voorstelling.

In een artikel over monoculair oogspiegelen bespreekt Reimar (2) naast de accommodatie, ook de waarde van de parallax voor den monoculus, wanneer hij het volgende zegt :

«Auszerdem durch die Erfahrung und die Gewohnheit vermag der Monoculare die Tiefendimensionen durch die Accommodationsanstrengung und die perspectivische Verschiebung erkennen. Erstere Fahigkeit ist aber raümlich gleichfalls sehr beschrankt, da mit grösserer Entfernung die für die optische Einstellung erförderlichen Muskeltonusdifferenzen immer geringer werden und sie in der Nahe ihre Grenze im Nahepunkte findet. Und «Gefühlssache», also recht wenig exact, bleibt sie immer. Viel sichereren Aufschluss, ja den mathematischen Beweis vermag uns die perspectivische Verschiebung von den kleinsten Niveaudifferenzen zu geben."

Na deze laatste bewering met behulp van een paar geometrische figuren verduidelijkt te hebben, maakt Reimar toch een paar restricties, wanneer hij aan het einde van zijn betoog ongeveer aldus schrijft : dat, terwijl de parallaktische verschuiving in het omgekeerde beeld tot herkenning van grootere niveauverschillen ons goede diensten bewijst, zij ons bij geringen graad van diepteverschil in den steek laat.

(1) (Stroboskoop = phenakistiskoop=daedalium (Horner) =wondersch\jf).

(2) Ueber parallaktische und perspectivische Verschiebung zur Erkennung von Niveaudifferenzen, bezw. das monoculare körperliche Sehen im Auge. Archiv. für Augenheilkunde, XLI, 1900, S. 163.