is toegevoegd aan uw favorieten.

Over hydrocephalus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een goed overzicht over de tegenwoordige opvatting betreffende de anatomie van de hersenvliezen vinden wy in „Testut, Traité d'anatomie humaine" 1930. Ik ontleen hieraan nog het volgende:

Van Bichat stamt de opvatting, dat er drie afzonderlijke hersenvliezen bestaan; deze opvatting wordt tegenwoordig door velen niet meer gedeeld; integendeel bestaat heden meer de neiging, het bestaan van slechts twee verschillende vliezen aan te nemen, namelijk van een hard en een zacht vlies; het zachte vlies zou dan uit twee bladen bestaan, waarvan het binnenste met de pia en het buitenste met de arachnoidea overeenkomt; de laag daar tusschen zou dan dus tot één vlies behooren. Deze meening berust op embryologische bijzonderheden en is zeer verleidelijk.

Reeds in 1906 vatte Quincke de pia en de arachnoidea op als binnenste en buitenste grenslaag van het weeke hersenvlies.

Testut zelf echter gaat bij zijn beschrijving nog uit van de opvatting, dat er drie meningen bestaan; eenige bijzonderheden laat ik hier nog volgen.

De dura mater encephali bestaat uit twee bladen, een buitenste blad, dat dikker is en dat de rol speelt van intern schedelperiost en een binnenste, dunner blad, dat de eigenlijke dura mater vertegenwoordigt ; dit laatste blad is het, dat de verschillende aftakkingen naar binnen afgeeft. Bij den foetus zijn deze beide bladen mooi te scheiden, maar bij de volwassenen zijn ze innig aan elkaar verbonden en blijven slechts hier en daar afzonderlijk van elkaar bestaan, b.v. op den voorkant van het rotsbeen, waar zij het cavum Meckeli vormen voor het ganglion Gasseri, en op den achterkant van het rotsbeen, waar ze de saccus endolymphaticus omhullen; en ook in het ruggegraatskanaal loopen ze geheel gescheiden omlaag als wervelperiost en als eigenlijke dura.

De binnenkant van de dura is bedekt met endotheel, dat toebehoort aan de arachnoidea. In het inwendige van de dura komen spleten voor, welke met elkaar anastomoseeren en bedekt zijn met platte epithelioide cellen. Hierin stroomt de lymphe en de waarneming toont ons aan, dat deze spleten eenerzijds samenhangen met de epidurale ruimte, en anderzijds met de subdurale of arachnoideale ruimte. Deze interstitieele lymphebanen zijn de eenige, die tot nu toe met zekerheid zijn aangetoond.