is toegevoegd aan uw favorieten.

Over hydrocephalus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natuurlijk dezelfde bloedingen, die door hun prikkeling tot verklevingen en afsluiting kunnen voeren.

Toch zien wy het waterhoofd zelden als gevolg van de zoo vaak voorkomende, ook ernstige hoofdverwondingen; ik althans heb onder alle gevallen die in de laatste 15 jaren in de Leidsche Kliniek voorkwamen er geen enkel gezien. Dit vindt zijn oorzaak wel daarin, dat deze verwondingen öf zoo ernstig zijn, dat ze op zichzelf tot den dood leiden of anders slechts aanleiding geven tot zoo omschreven veranderingen, dat er nog genoeg normaal functioneerende banen overblijven.

Bovendien wijs ik nog eens op wat ik zeide omtrent de phagocytaii e eigenschappen van bepaalde cellen uit de hersenvliezen, welke in staat zijn zich van hun basis los te maken en roode bloedlichaampjes op te slorpen en te vernietigen.

In 1918 beschreef Seefisch het optreden van meningitis serosa en van hydrocephalus in aansluiting aan het schedeltrauma. Er zou zoowel acute als chronische meningitis serosa kunnen optreden, waarvan dan de z.g. intraventrieulaire vorm beter hydrocephalus internus genoemd zou kunnen worden. Bij die meningitis serosa komt er helder vocht, steriel en eelarm, dus zonder ontstekingskenmerken tot afscheiding. Meestal vindt men 't dan by plaatselijk doorwerkende afwijkingen als bloedingen, depressies, vergroeiingen of litteekens. Het ziekteverloop doet denken aan neurasthenie met hoofdpijn, dofheid, duizeligheid, verlies van energie.

Een moeilijkheid met de beoordeeling van het hoofd gaf ook altijd de rachitis. Arthur Bohe (Schadelmessungen und Lumbaldruckbestimmungen bei Rachitis, Jahrb. f. Kinderheilkunde, 1928, Bd. 68) heeft het vraagstuk van de hydrocephalus bij rachitis behandeld en kwam tot de conclusie, dat meermalen een lichte graad van hydrocephalus voorkwam, terwijl de schedel toch niet vergroot was. Ook door Koeppe was reeds bericht over vele zuigelingen en kleine kinderen met rachitis, die duidelijk een verhooging van den druk in de subarachnoideale ruimten van driehonderd tot vijfhonderd mM. vertoonden en waar bij encephalographie verwijding van de ventricels gevonden werd, terwijl de hoofdomvang niet grooter was dan normaal; in die gevallen spreekt hij dan van hydrocephalus occultus.