is toegevoegd aan uw favorieten.

Over hydrocephalus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik heb mij altijd, aldus geholpen, dat ik de lucht opzoog door een dun gesteriliseerd gummibuisje, dat met een steriel wattenpropje was afgesloten. Toch heb ik nog wel eens een meningitis zien optreden. Ook P e n f i e 1 d vermeldt in Surg. Gyn. and Obst. 1927, dat hij de lucht door watten filtreert.

Dan bedenke men, dat de koel ingeblazen lucht in het lichaam verwarmd wordt en dus uitzet, waardoor de druk in cerebro verhoogd zou kunnen worden. Vrij algemeen is men het er over eens, dat dit geen groote, althans geen belangrijke invloed heeft. Eenig direct nadeelig gevolg van de lagere temperatuur als zoodanig is nooit gemerkt, maar met de uitzetting moet men toch wel eenigszins rekening houden. Groot is de invloed echter niet. Bij een verwarming van 17 graden neemt het volumen van 100 cc. lucht toe met 6 tot 7 cc., en brengt men dus meerdere honderden kubieke centimeters lucht in, dan wordt dit een vrij behoorlijke volumentoename.

Algemeen ondervangt men dit bezwaar, door wat minder lucht in te brengen, dan men vocht wegnam. Ook Stenvers gaf in 1925 op de Ned. Ver. voor Electrol. en RöntgenoL als zijn meening te kennen, dat men met die uitzetting van de lucht wel degelijk rekening moest houden.

G r a n t zegt, dat de ingevoerde lucht belangrijk minder moet zijn; Koschewnikoff en P. Frenkel raden een verschil van 10—15 cc. aan. Ik zelf heb telkens op elke 100 cc. liquor, 10 cc. lucht minder ingevoerd.

Het vraagstuk van den druk en de drukverschillen is zeer interessant, en allerlei is er over geschreven. B i n g e 1, die de voornaamste voorvechter van de lumbale methode is, drong van het begin af zeer sterk op het absoluut gelijk houden van den lumbaaldruk aan. Hij verkrijgt dit door gebruik te maken van twee naalden, die hij beide in het spinaalkanaal invoert'; door de eene ervan brengt hij de lucht in en zoo is dus voortdurende drukcontrole mogelijk. Ook in een publicatie van 1928 komt hij daar nog eens op terug, hoewel hij dan toch ook de mogelijkheid noemt, dat hij het nadeel van deze drukschommelingen overschat.

Vooral echter in gevallen van verhoogden druk door tumor cerebri zouden door deze methode de gevaren tot een minimum worden gereduceerd. Hij waarschuwt met nadruk tegen de