is toegevoegd aan uw favorieten.

Over hydrocephalus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b.v. afsluiting van den aquaeductus, dan moeten wij verder trachten uit te maken, hoe de peripheerwaarts van de aangetoonde stenose gelegen gedeelten van de subarachnoideale ruimten er uit zien, of ze doorgankelijk zijn, of dat ze ook door het ziekteproces zijn afgesloten en dit kunnen wij b.v. doen door langs den weg van lumbaalpunctie lucht in het spinaalkanaal te brengen.

Spuit men bij een normaal mensch lucht in het spinaalkanaal, zoo komt dit beslist op het hersenoppervlak; komt het er bij een hydrocephalus, dan is de aandoening van het obstructieve type; komt het er niet, dan is de hydrocephalus van het communiceerende type, of van een obstructief type, dat, als wij het corrigeerden, zou overgaan in het communiceerende type.

Door telkens wat lumbaalvocht door lucht te vervangen bij het half zittende kind, kunnen wij aardig wat vocht uitpompen en kunnen wij tot de hoogst onaangename conclusie komen, dat ook lager dan de aquaeductus nog ernstige afdammingen van den vochtstroom bestaan; maar ook wanneer wij dit niet kunnen herkennen, wanneer dus de lucht de basale cisternen en de ruimten op de convexiteit wel vult, zijn wij nog niet zeker, dat in deze ruimten alles is, zooals het behoort. Immers door de ontsteking zou ook het resorbtieapparaat zelf kunnen zijn verwoest; nemen wij aan, dat de resorbtie plaats vindt door directe osmose door de wanden der venae in de sulci, dan kan een abnormale verdikking van die wanden de opslorping onmogelijk maken; nemen wij aan, dat het de cellen zijn, die Weed er voor aansprakelijk stelde, ook deze kunnen onwerkzaam geworden zijn; het is wenschelijk, ook dit te onderzoeken. Hiervoor maken wij gebruik van een colorimetrische methode. Dandy geeft hiervoor op, een oplossing in te spuiten van phenolsulfophthaleïne van de sterkte van 6 milligram in 1 cc. water en daarna na te gaan, hoeveel proceoit daarvan in een bepaalden tijd met de urine wordt uitgescheiden. Wij kunnen aannemen, dat normaal in twee uur tijd ± 40 % moet zijn uitgescheiden en dat waarden daaronder wijzen op een te geringe functie van de resorbeerende media (vooropgesteld natuurlijk, dat de nieren normaal werken). Zijn de kamers afgesloten, wat op de X-foto reeds waarschijnlijk was, dan wordt de in de kamers gespoten kleurstof slechts uiterst langzaam, namelijk in vele dagen afgevoerd. Phenolsulfophthaleïne verdwijnt in 10 tot 12 dagen