is toegevoegd aan uw favorieten.

Over hydrocephalus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewichtige deelen soms zonder schade kunnen worden verwond. Men bedenke bovendien bij alle methoden, waarbij men een permanente drainage aanlegt van uit het spinaalkanaal, dat hierbij plotseling door afsluiting van het achterhoofdsgat, de drainage te niet kan worden gedaan.

K a u s c h heeft, om volgens dit principe te draineeren, zelfs een heele lange gummibuis ingelegd vanaf een der ventricels door de subcutis naar de peritoneaalzak; dit kind was na zeventien uur dood, waarschijnlijk door te snelle vochtafvloed.

Zooals reeds gezegd, is het bij al deze methoden zeer de vraag of men een blijvende drainage kan verkrijgen. Men heeft dan ook al langeren tijd geweten, dat afvoer naar het venenstelsel door directe communicatie van dit stelsel met de ventricels voordeelen zou bieden. In 1895 ried Gartner reeds aan, deze directe verbinding met het lymphe- of venensysteem te maken. Zoo het mogelijk was het vocht direct in de bloedbaan af te voeren, zou dit een prachtige methode zijn, die wel wat op de physiologische zou geleken. Bezwaren zijn echter begrijpelijkerwijze in de eerste plaats de technische moeilijkheden, die bij de operatie overwonnen moeten worden en verder de groote kans op te snelle af vloed met de daaraan verbonden gevaren.

In 1908 bericht P a y r over zijn volgens dit principe opgebouwde methode. Men meende toen nog, dat het mogelijk was, venae van andere personen homoioplastisch over te plaatsen, b.v. van geamputeerde ledematen; zelfs heeft men wel getracht heteroplastisch materiaal te gebruiken. Eerst meende P a y r nog te opereeren volgens de methode van von Mikulicz, nu echter niet met een metalen buisje, doch met een in formaline geharde kalfsarterie, maar dit draineerde niet mooi, en hy kwam toen tot z^jn vrije bloedvattransplantatie. Hij raadt aan, een verbinding te maken van een der voorhorens met den sinus sagittalis superior en meent, dat het het beste is, een vena saphena te gebruiken. Op grond van wat bekend is omtrent de bloedvattransplantatie meent P a y r, dat hij mag verwachten, dat dit vat levend zal blijven. Deze vena zou door zijn eigen kleppen bovendien in staat zijn, het instroomen van bloed in de ventricels te voorkomen. Zeer begrijpelijk is het, dat dit een punt van overweging uitmaakte; maar toch meende men ook, dat de vrees voor deze omgekeerde