is toegevoegd aan uw favorieten.

Over hydrocephalus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doorbroken, zoodat hier en daar slechts meerdere banden en draden waren overgebleven. Ook in de slaapkwab was hiervan een en ander zichtbaar. De holten waren hier echter nog klein en de scheidingswanden dik; het leek een voorstadium te zijn van wat er in de frontale deelen te zien was.

In de linkerhelft bestond hetzelfde beeld of nagenoeg hetzelfde : ook hier voorin groote, platte gyri, achteraan microgyrie. Ook hier voorin een groote uitzetting van den ventricel, maar aan dezen kant niet zoo groot als rechts; in het meer solide achterste hersendeel bestonden weer meerdere kleine holten, welke vermoedelijk bezig waren tot een grootere te conflueeren. Microscopisch werd er een fibreus cellige ontsteking van de plexus chorioidei gevonden. Bü microscopisch onderzoek van de vliezige schotten werd bevonden, dat deze uit hersenweefsel, v.n.1. uit gliacellen bestonden. Gangliencellen werden er niet in aangetroffen.

De aquaeductus kon ik heel niet terug vinden. Het beeld van het cerebellum en zijn verhouding tot het tentorium was zoo abnormaal, dat ik hier niet meer met zekerheid den weg wist te vinden. Zeker was dit een totaal abnormaal cerebrum, dat niets lijkt op een typische hydrocephalus internus. (Zie foto 54, stereo).

Eerder zouden we het als een combinatie van hydrocephalus met porencephalie kunnen opvatten.

Dit te willen behandelen met een hydrocephalusoperatie, is dus eigenlijk dwaasheid. De vraag is of ik dit niet eerder had kunnen merken. Waarschijnlijk wel. Het vreemde beeld van den röntgenfoto, waar wij de meerdere vochtniveaus alle met een luchtbel erboven zien (No. 53), is voor een gewone hydrocephalus ondenkbaar. Dit moet wel wat anders zijn. Dat de lucht den eersten keer niet van den eenen naar den anderen kant over ging zal zjjn verklaring wel daarin vinden, dat bij de gecompliceerdheid van de vochtruimten en de veelheid der tusschenschotten de luchtbel steeds aan eene zijde gevangen werd gehouden. Ook is nog niet onmogelijk, dat de communicatie later door atrophie van de schotten gemakkelijker werd en het feit, dat de tweede keer meer lucht werd ingespoten telt natuurlijk ook mee. Dat ik links niet veel vocht kon krijgen komt vermoedelijk, doordat ik nog in het vrij soliede deel in een kleine holte puncteerde. De gediagnosticeerde afsluiting van den aquaeductus bestond intusschen wel. Het zal echter niemand verwonderen, dat na de opheffing van de afsluiting het kind niet beter werd.

5. Marietje Z., drie maanden oud, werd op 29 September 1928 opgenomen. Zij was in schedelligging, moeilijk, maar toch spontaan geboren. Bij de geboorte viel al op, dat het hoofd erg groot was en vooral sterk in de lengte was uitgerekt.