is toegevoegd aan uw favorieten.

Over hydrocephalus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op 20 Februari wordt nog eens ventricelpunctie gedaan en komt er 50 cc. troebel bloederig vocht uit. De spanning vermindert er telkens wel door, maar deze keert heel snel terug. Niettegenstaande ook in het bloed de Wassermannreactie negatief was, werd toch antiluetisch behandeld en kreeg het kind inspuitingen met neosalvarsan en sublimaat.

Op 27 Februari, bij een ventricelpunctie werd het erg bleek en liep het vocht veel minder snel dan gewoonlijk. De druk was 65 cM. water. Dien dag had het kind wat huilbuien, erge trekkingen in armen en beenen en soms zelfs echte convulsies, maar daags daarna was dat alles weer voorbij en was de fontanel weer sterk gespannen. Ook op 3 Maart werd weer vocht afgetapt en wel 60 cc., waarna de convulsies weer verschenen en dien heelen dag aanhielden.

_Op 8 Maart was de omtrek van het hoofd 49 cM. en het kind ging hard achteruit. De antiluetische kuur had blijkblaar heel geen succes gehad. Het gewicht was toen 5250 gram. De vermeerdering van 200 gram sinds het begin van de behandeling kan heel goed enkel en alleen door de vergrooting van het hoofd worden verklaard. Op 13 Maart was de omtrek 50y2 cM.

Nu werden ventriculogrammen gemaakt, met 300 cc. lucht. (Zie foto 65). Het bleek daarbij, dat de ventricels sterk uitgezet waren en dat de aquaeductus niet werd gepasseerd; de hersenschil was uiterst dun. Reactie volgde hierop niet en daar geen andere mogelijkheid gezien werd, besloot ik te trachten door operatief in te grijpen, het impediment op te ruimen.

Op 22 Maart werd getrepaneerd boven het achterhoofd, de dura geopend, de falx cerebelli doorgeknipt. Direct daarna, toen de hersenmassa naar buiten kon uitpuilen, kwam er een groote stroom liquor te voorschijn; de operatie werd daarna beëindigd; de toestand was vrij slecht en in den loop van dien dag stierf het.

Dij de obductie bleek het volgende: de omtrek van het hoofd was 49y2 cM.; de dist. bitemp. was 14y2, de dist. bipar. 15 cM., de groote fontanel mat acht bij acht cM. Bij het verwijderen van het schedeldak zag men tusschen den dura mater en de zachte hersenvliezen dunne fibrinevliesjes; deze leidden naar grijsgele verdikkingen, die op de pïa mater aanwezig waren. De hersenschil was op enkele plaatsen doorschijnend dim geworden als een perkamentpapiertje.

Aan den medialen kant van een achterhoofdskwab was een groote blaas te zien, die aan den voorkant van het tentorium cerebelli lichtelijk door bindweefsel en fibrinevliesjes verbonden was met het craniale deel van het cerebellum. De blaas had hier een lichte indeuking veroorzaakt in den linker hemispheer en had vermoedelijk de afsluiting van de aquaeductus veroorzaakt.

Ook aan de basis was de dura door fibrinevliesjes verbonden