is toegevoegd aan uw favorieten.

Proefondervindelijk onderzoek van betrekkingsklanken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bovenste, waarvan het slijmvlies op allerlei wijzen geplooid en gespannen kan worden. Alleen de „r" zou met behulp van de tong worden gesproken.

Kalischer heeft onderzoekingen gedaan betreffende spraak en spraakcentra bij papegaaien. Hij stelt het spreken met de speelbewegingen op een lijn. Zich uitrekken, met den kop draaien en een paar woorden spreken gaan dikwijls samen. In het algemeen is het spreken van bepaalde woorden een aangeleerde reactie op een bepaalden prikkel, het vaakst een geluidprikkel, b.v. het „binnen roepen als er geklopt wordt. Was na een ingreep de uitspraak van een woord verloren gegaan, dan herstelde deze zich op zoodanige wijze, dat eerst het rhythme juist geproduceerd werd, vervolgens de klinkers en ten slotte ook de medeklinkers. In het algemeen kwamen de paraphasie-verschijnselen volkomen overeen met die welke bij den mensch bekend zijn. Door electrische prikkeling van bepaalde gedeelten van de hersenschors kon Kalischer gearticuleerde klanken oproepen.

Eindconclusie van een en ander schijnt mij te zijn, dat men sommige klankuitingen van papegaaien wel degelijk spreken mag noemen. Een opvatting, die men o. a. ook bij Artault vindt.

Gaan wij nu over tot de stem der zoogdieren, dan ondervinden wij aanvankelijk een gevoel van teleurstelling. Maximilian Perty zegt terecht: „Die sonderbarsten Forme des Murmelns, Grunzens, Schreiens kommen in dieser Klasse vor, welcher die melodischen Töne fast ganz versagt sein, die uns bei den Vögeln erfreuen."

In grove trekken is de anatomie van het strottenhoofd bij alle zoogdieren zoo als bij den mensch. Milne-Edwards onderscheidt bij de zoogdieren 4 typen, naar gelang van de ontwikkeling van het stemorgaan. Bij het eerste type zijn noch ware, noch valsche stembanden aanwezig: Typus aglotticus (dolphijn, stekelvarken). Bij buideldieren zijn de stembanden rudimentair. Dan volgt een tweede type, waar alleen de ware stembanden worden aangetroffen: Typus glotticus simplex. Olifanten en planteneters, die hiertoe behooren, hebben noch ruimten van Mor gag ni noch valsche stembanden; konijnen en hazen hebben evenmin valsche stembanden maar wel ruimten van Morgagni. Het derde type noemt hij: Typus glotticus compositus; hier is de toestand ongeveer zoo als wij dien bij den mensch kennen. Behalve de mensch