is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding der geneesmiddelenleer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. Zwarte of donkerbruine levertraan (ol. jecoris nigrum s. crudum) wordt door verhitting uitgesmolten.

Bestandd. Acid. margaricum, elaïcum, butyricum glycerinicum, aceticum, fellinicum, cholinicum, bilifellinicum, bilifulvine, jodium, chloor en broom, phosphorzuur en zwavelzuur, phosphor , kalk, magnesia, soda, ijzer en eigenaardige in alcohol oplosbare en onoplosbare stoffen (de jongh).

Phys. werking. In den beginne verminderde eetlust, walging, misselijkheid en zelfs brakingverwekkende; bij het meer gewoon worden aan het middel wordt de eetlust er door vermeerderd; na lang gebruik riekt men de eigenaardige reuk in het zweet, naaardien men dan eerst werking van het middel verwachten kan, zal het noodig zijn, met het gebruik van het middel in gifte te blijven stijgen , tot men zulks waarneemt. De kleurlooze bloedcellen wil men dat in aantal toenemen (popp) bij voorgezet gebruik van het middel.

Aanm.

Ofschoon de phys. werking eenigzins met die der overige vetten overeenkomt, en deze naar de meening van sommigen door bijvoeging van jodium in werking met levertraan gelijkstaan, worden zij volgens duncan en nunn op den duur niet zoo goed verdragen als deze.

Geneesk. aanw.

Inwendig.

Bij ziekten bij welke door gebrekkige of niet genoegzame celvorming vermagering en verzwakking ontstaat; en wel, bij

a. Knobbelstofnederzetting in de longen.

b. Kropzeerige kwaadsappigheid en de verschillende uitingen derzelve.

c. Slepend rheumatisme.

d. Zwakte bij herstellenden na ingrijpende behandelingen, na het kraambed, enz.

e. Bloedsarmoede door buitenmatige groei.

f. Beenverweekingskwaadsappigheid.

g. Slepende huidziekten en daarmede in verband staande kwaadsappigheid, (hebra).