is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding der geneesmiddelenleer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. Met scheurbuik in verband staande mond en keelbloeding (kopp).

b. Slepende scheurbuikige en syphilitisclie keelontsteking (kopp).

Vorm en gift.

In pillen vorm 5—15 gr. daags.

In keelspoeling 1 drachm. op 4—6 ons vocht.

ZESDE ORDE.

AARDACHTIGE GENEESMIDDELEN. MEDICAMIXA TEKREA.

§ 114.

Tot deze orde tellen wij de kalkaarde en bitteraarde en derzelver bereidingen.

De kalk en bitteraarde zijn beide oxyden, de eerste van het calcium, de tweede van het magnesium.

P/iys. werking.

1. Deze oxyden ondergaan in het darmkanaal geene verandering, of wanneer zij met koolstofzuur verbonden genomen worden, wordt het koolstofzuur uitgedreven, terwijl het oxyde in melkzure of zoutzure kalk of magnesia verandert, en daarbij als zuurtemperend middel (antacidum) werkt. De in het darmkanaal onopgelost blijvende oxyden, worden met de drekstoffen vermengd ontlast en kunnen tot ophooping van stoffen en zelfs ^tot vorming van steenachtige aanzamelingen aanleiding geven.

2. De oplosbare zouten in het bloed opgenomen, kunnen in de kalk en magnesia bevattende weefsels opgenomen worden en gebezigd ter vorming van cellen.

3. Een groot gedeelte der in het bloed opgenomene oplosbare zouten, worden door de nieren onveranderd of na veranderingen ondergaan te hebben verwijderd.

4. Kleine giften van niet gemakkelijk oplosbare kalk of magnesia zouten, brengen in het darmkanaal opslorping van water en van een gedeelte der aanwezige vrije zuren voort en doen de afscheiding der wanden verminderen. De oplosbare zouten dezer aarden bevorderen wanneer zij in zeer kleine gifte genomen wor-