is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding der geneesmiddelenleer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geroost stellen zij als zoogenoemde eikolkoffij een vroeger zeer geroemd middel daar, bij, van kropzeerige kwaadsappigheid met geringe prikkelvatbaarheid afhangende, luchtweg- en darmslijmvloed.

§ 179.

GALAPPELS. GALLAE QUEKCINAE.

Bat. afkomst. Het zijn bolvormige uitwassen op de bladen van de galappeleik quercus infectoria XXI. 10. Cupuliferae, voortgebragt, door de steek van een insekt, de cinips gallae. Zij komen in Europa voor, de beste zijn echter de uit den Levant gezondene Turksche galappels.

Nat. eig. n°. 296.

Bestandd. Looizuur, galnotenzuur, extractiefstof, slijm, eenige zouten.

Pliys. werking en geneesk. aanw. met die van het looizuur overéénkomende.

Vorm en gifte. Inwendig in afkooksel 1 ons op 8 ons collat., de tinctuur 1—2 drachm. op 12 ons water.

Uitwendig in afkooksel 1 ons op 8 ons coll.

Het brandig galnotenzuur, acidum pyrogallicum, is door wimmee als middel om de haren donker te kleuren, opgegeven.

§ 180.

R AT ANIIIA-WORTEL. RADIX RATANHIAE.

Bat. afkomst, van de krameria triandra IV. 1. Polygolaceae, eene in Peru voorkomende struik.

Nat. eig. n°. 197.

Bestandd. Krameriazuur (eene wijziging van het galnotenzuur), eene eigene extractiefstof, gom, kleurstof, verschillende zouten.

Phys. werking, ofschoon met het looizuur overéénkomende, schijnt dit middel in de maag beter dan de eikenbast verdragen te worden.

Geneesk. aanw. bij slijmvloed en lijdelijke bloeding, speekselvloed, slappe zweren in mond en keelslijmvlies.

Vorm en gifte. Inwendig het extract in pillen, poeders, elee-