is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding der geneesmiddelenleer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.gemaakt, uitvloeit, en wel uit de Pinus sylvestris, Pinus abies, enz. XX. 1. Coniferae, welke in Europa, Noordelijk Asien en Amerika groeij en.

Nat. eig. Resina communis n°. 425; resina pini n°. '126.

Phys. werking. Plaatselijk prikkelend.

Geneesk. aanw. Uitwendig in zamenvoeging met andere middelen in oplossende, ettermaking bevorderende, prikkelende zalven en pleisters.

Bereidingen.

1. Unguentum picis P. N. of unguentum basilicum, zie § 329.

2. Emplastrum resinosum P. N. of emplastrum adhaesivum, zie § 299.

3. Emplastrum asae foetidae P. N. of emplastrum foetidum, zie § 299.

4. Emplastrum cantliaridum P. N. of emplastrum vesicatorium, zie § 231.

5. Emplastrum calefaciens s. rubefaciens perpetuum, zie § 231.

6. Mengsel voor het afdrukken van piswegvernaauwing (masse S, empreinte) zie § 329.

Hierbij moet nog herinnerd worden aan de pijn- of dennenknoppen, turiones pini (n°. 253) welke vroeger gebruikt werden bij jicht, rheumatismus, syphilis en bij luchtwegslijmvloed, vooral als tinctura composita turionum pini (bestaat uit turiones pini, lignum guajaci, lignum sassafras en baccae juniperi in spiritus vini rectificatus gedigereerd); 15—20 dr. p. d.

§ 340.

SPIEGELHARS. COLOPHONIUM.

Bot. afkomst. Het overblijfsel, nadat de terpentijnolie met de gewone hars door distillatie uitgetrokken is, zie § 299.

Nat. eig. n». 427.

Bestandd. Pinuszuur, colophoniumzuur, sylvinezuur en indifferente hars.

Phys. werking. Even als die van de Burgundische hars.

Geneesk. aanw. Uitwendig bij

26*