is toegevoegd aan uw favorieten.

Omtrent den ballistometer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1° afhankelijk van den aard der botsende lichamen;

2° afhankelijk van de wijze van botsing;

3° afhankelijk van de bewegingsrichting der botsende lichamen.

Sub 1: Op de eerste plaats treedt bij de botsing een vormverandering der botsende lichamen op, die voorbijgaand is bij een veerkrachtige]), blijvend bij een niet veerkrachtige stof.

Dienovereenkomstig onderscheidt men de beide grensgevallen van de botsing als die van volkomen veerkrachtige en volkomen onveerkrachtige lichamen, of in het kort: de veerkrachtige en onveerkrachtige botsingen.

Tusschen deze twee staat de onvolkomen veerkrachtige botsing.

Dit wat betreft den aard der botsende lichamen.

Sub 2: Met betrekking tot de wijze van botsen houden wij rekening met de plaats van het punt, waarin een lichaam het eerst met een ander botst en onderscheiden respectievelijk een centrale en niet-centrale {excentrische) botsing.

Denken wij ons op de oppervlakte van het lichaam in het punt, waarin de botsing plaats vindt, een normaal, dan is de botsing centraal als deze door het zwaartepunt van het lichaam gaat; de botsing is niet centraal (excentrisch) als dit niet het geval is.

i) Onder veerkracht — elasticiteit — verstaan wij het vermogen tot terugkeer uit de vormverandering bij opheffing der deze vormverandering teweegbrengende belasting (ruimte en vorm naast ruimteelasticiteit).