is toegevoegd aan uw favorieten.

Omtrent den ballistometer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeger bij het ballistisch onderzoek van varkensoogen waargenomen.

Men verwarre dit verschijnsel niet met hetgeen Elschnig en Sobansky waarnamen bij de statische tonometrie, waar zij bij oogen onder abnormaal hoogen druk met den tonometer van Schiötz en bij gebruik van licht overgewicht een negatieven uitslag verkregen. Dit verschijnsel berust op geheel andere gronden.

Nemen wij in plaats van cellofane celion (dit is een andere cellulose preparaat dat in tegenstelling met cellofane wel oplosbaar is in aceton, dikte 0,124 mm) en onderzoeken wij dit op gelijke wijze, dan krijgen wij een geheel ander verloop en wel een dalende BQ-drukcurve (fig. 12b).

Dit is wel iets zeer opvallends; hieruit toch blijkt overduidelijk, dat onder lang niet alle omstandigheden een opvoeren van den druk een hoogeren ballistischen uitslag geeft.

Blijkbaar is tengevolge van de grootere rigiditeit van den wand de vochtverplaatsing zeer gering en het toenemende energieverlies bij opvoeren van druk, tengevolge van de onvolkomen elasticiteit der oogomhulsels, van grooten invloed.

Ook hier treedt bij ± 70 HaO-druk evenwicht op, maar in tegenstelling met de a-lijn geen verder afwijkend verloop, wat trouwens te verwachten was.

Uit een en ander zien wij dus tevens, dat voor onze verdere proeven cellon als cornea-materiaal ongeschikt is, daar zijn gedragingen geheel afwijken van die der dierlijke cornea.

Bij aanname van de twee bovengenoemde invloeden op het verloop der botsingscurve kunnen wij ook de volgende krommen verklaren.