is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar het verband tusschen inwendigen oogdruk en ballistische reacties

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogen te kennen. Bailliart') noemt een tonometer goed, die niet meer dan 4 a 5 mm. Hg. druk verschil geeft met den manometer (2 verschillende tonometers kunnen dus 8 a 10 mm. uiteenloopen) en legt er dan ook den nadruk op steeds hetzelfde toestel te gebruiken. Priestley Smith schat naar aanleiding van zijn eigen experimenten en die van Schiötz de fout, die veroorzaakt kan worden door individueele verschillen tusschen onderzochte oogen van verschillende individuen op 8 ot 10 mm. Hg. druk. Al eerder had Wessely 2) op deze foutenbron gewezen en zijn meening kenbaar gemaakt dat de sclera hierbij een belangrijke rol speelt. Bij de publicatie van zijn laatste curven verklaart Schiötz 3) dat met zijn tonometer slechts ,,drukgebieden" zijn te meten, dit gebied strekt zich, wanneer men het gewicht van 5.5 gram gebruikt over 6 mm. uit, bij dat van 7,5 gram over 8—10 mm., bij 10 gram over 13 mm. en bij 15 gram over 15 mm. Wanneer een tonometer, afwijkend in een bepaalden zin, gebruikt wordt op een oog dat den uitslag nog verder in dien zin wijzigt, kunnen dus zeer belangrijke verschillen tusschen den afgelezen en den werkelijk heerschenden oogdruk ontstaan.

De genoemde marge van fouten is niet te bepalen langs directen weg, maar kan langs indirecten toch benaderd worden en wel door vergelijking van de resultaten met één tonometer op verschillende oogen en van die, met verschillende tonometriemethoden op hetzelfde oog verkregen.

Eenige jaren geleden is als concurrent van den Schiötz tono-

*) Annai. d'Oculist. 161, p. 81, 1924.

2) Ber. ilber die 38ste Zus. kunft der Deutschen Ophth. Ges. in Heidelberg, S. 120, 1912.

a) Acta Ophthalm. l.c.