is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar het verband tusschen inwendigen oogdruk en ballistische reacties

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste ligt bij een druk van 90 en 40 cm. water, omhoog geschoven te zijn tot 130 cm. (misschien ook moet 90 als het knikpunt beschouwd worden, in dat geval zou deze lijn bij een ongeschonden oog kunnen behooren). In hoeverre echter de toenemende welving hier zijn invloed heeft uitgeoefend, moet in het midden gelaten worden.

Hetzelfde bezwaar valt, zooals reeds is opgemerkt, ook te maken tegen de proeven met uitgesneden hoornvlies. Daar

iMmplitmlo inmtl.

Fig. 14.

Vergelijking van sclera van intact oog met sclera in oogphantoom.

echter werd het geheele hoornvlies met een strook sclera in het phantoomoog bevestigd en gaf de hoornvliesrand binnen zekere grenzen een geraamte, dat sterke wisseling in welving tegen hield.

De curven op het phantoomoog met hoornvlies gemaakt, schijnen er op te wijzen, dat de typische „knik" gebonden is aan het ongeschonden zijn van het oog. Blijbaar is cr bij hoogeren druk een invloed werkzaam, die nog hooger opwerpen van het hamertje tegen werkt.

Werd een rubber membraan van ongeveer 1 mm. dikte in