is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar het verband tusschen inwendigen oogdruk en ballistische reacties

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het weer laten zakken van den druk tot het beginniveau kostte te veel tijd, de fout door de filtratie werd zooveel te groot, dat er voor de volumetoename geen betrouwbare getallen konden verkregen worden. Koster perste een bepaalde hoeveelheid vloeistof in het oog, en bracht onmiddellijk daarna het kwikniveau in het naar het oog gekeerde been op 0 en las den druk af. Door zoo snel mogelijk te werken trachtte hij de filtratiefout tot een minimum te beperken. De volumetoename bleek het sterkst te zijn tot een druk van 30 mm. Hg. (zie fig. 17, p. 76). Daar volgens Koster ook tot dien druk de veranderingen in de maten 't duidelijkst optraden, (uit de door hem gegeven tabellen blijkt dit wel voor konijnenoogen, niet voor varkensoogen) is de volumentoename tot 30 mm. Hg. voornamelijk toe te schrijven aan vormverandering van het oog, en wel aan benadering van den bolvorm, daar de korte assen langer en de lange korter worden of gelijk blijven. Het laatste zou dan toe te schrijven zijn aan een tegen elkaar opwegen van verlenging door rekking van de sclera en verkorting door nadering tot den bolvorm. Bij de hoogere drukwaarden zou de rekking van de sclera hoe langer hoe grooter rol gaan spelen.

Op de proeven van Ischreyt leverde Koster1) kritiek, be~ toogende, dat omtrent een weefsel, dat bestaat uit samengevlochten vezels, niet door het uitsnijden van een strook gegevens kunnen worden verkregen en dat de door Ischreyt bij de rekkingsproeven gebruikte gewichten veel te zwaar waren in verhouding tot de rekking, waaraan de sclera in physiologische omstandigheden is blootgesteld.

Later was Koster 2) in de gelegenheid een volumencurve

') v. Graefe's Archiv 49, S. 448, 1900. 2) v. Graefe's Archiv. 52 S. 402, 1901.