is toegevoegd aan uw favorieten.

Moderne Problemen der Pharmacognosie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Couërbe en Rabourdin, verbonden zijn. Ook de Ipecacuanhawortel (Lefort), en het Strychnoszaad (Dunstan) trekken Fransche en Engelsche belangstelling.

De alcaloiden-bepaling heeft haar intrede gedaan. De waardebepaling van grondstof en galenisch praeparaat vangt aan. De beoordeeling van het product naar de hoeveelheid werkzame materie wordt mogelijk. Want het kon niet uitblijven, of naast en behalve het macro- en microscopisch onderzoek, moest ook de chemische analyse der grondstof, als beoordeelingsfactor en waardemeter, zich een plaats veroveren.

Dat het breeder inzicht in de scheikundige samenstelling der plantaardige en dierlijke producten de leer der geneeskrachtige grondstoffen belangwekkender maakte en haar arbeidsveld verruimde, behoeft geen betoog. Niet langer kon worden volstaan met een enkel woord van de bestanddeelen te reppen en de scheikundige kenmerken aan de morphologisch-anatomische ondergeschikt te maken; van nu af eischen zij een diep gaande, volledige behandeling.

Guibourt in Frankrijk, Pereira in Engeland, Schleiden in Duitschland en Oudemans in Nederland hadden zich door het schrijven hunner leerboeken hoogst verdienstelijk gemaakt, maar zij hadden hun wetenschap niet boven die eener beschrijvende kunnen verheffen.

Het is aan Flückiger (1828—1894) voorbehouden geweest het wezen der pharmacognosie in zijn vollen omvang te hebben begrepen en doorvoeld. Sedert het verschijnen van zijn leerboek past het dan ook niet langer van pharmacographie te spreken, daar hij op overtuigende wijze aantoonde, dat het arbeidsveld dezer wetenschap oneindig verder reikt dan het geven eener botanische of zoölogische beschrijving. Hij vereenigt in de kennis der simplicia niet slechts naam, uit- en inwendigen bouw, botanische of zoölogische afkomst, bestanddeelen, maar tevens ontstaan, vorming, inzameling, verval-