is toegevoegd aan uw favorieten.

De moord der De Witten als een massapsychologisch geval

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo anders dan gewoonlijk. Verkeeren beide onder den indruk van een sterfgeval, ook dan zal de een gemakkelijk verstaan, waarom de ander nu niet met bepaalde dingen wenscht te worden lastig gevallen en zijn gewone luchtige levensopvatting mist.

Is een willekeurige waarnemer echter in een bepaalden gemoedstoestand, dan staat hij bij het verstaan van anderen aan allerlei vergissingen bloot. Hij is b.v. voor zijn examen geslaagd en ziet nu alle voorbijgangers voor even opgeruimd aan, als hij zelf is. Hij leest een vroolijkheid op hun gelaat, die misschien in het geheel niet bestaat. Staat hij onder verdenking van een vergrijp, dan meent hij hen uit hun wantrouwende blikken duidelijk te verstaan, terwijl misschien niet het geringste wantrouwen is opgekomen.

Nu meenen verschillende onderzoekers, dat het ook heel wel mogelijk is een ander te verstaan, ook al is men zelf neutrale waarnemer, d.w.z. zonder het gevoel, dat de ander actueel doorleeft. Men tracht zich dan te verplaatsen in het zieleleven van den ander, men voelt zich in in diens zieleleven, zooals de technische term luidt en leest zoo in het eigen zieleleven af, wat er omgaat in den ander. Bij een bepaalden onontbeerlijken graad van gevoelsgelijkheid is het inderdaad mogelijk, dat men zoo juist verstaat. Maar, ondanks het gevoel van verzekerdheid, dat hierbij optreedt, het misverstaan is verre van uitgesloten en een zeker kriterium voor de juistheid of onjuistheid van het ingevoelde ontbreekt.

Het aanwenden van dit kenproces van het invoelend verstaan in de psychologie en in de geesteswetenschappen in het algemeen is in de laatste decennia meer en meer gepropageerd. Dilthey gaf er in 1894 den stoot toe; Spranger, Kirschensteiner, Jaspers en anderen volgden. De beweging was in de eerste plaats een reactie tegen de natuurwetenschappelijke instelling van de vorige generatie. Deze bleef te veel de natuurwetenschap als ideaal van wetenschap beschouwen en zocht daarom ook in het zieleleven naar laatste elementen en naar oorzaken in den natuurwetenschappelijken zin. De ervaring heeft geleerd, dat dit op teleurstelling en mislukking uitloopt.