is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de kennis der serumbehandeling van diphtherie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hiervan dusdanige verdunningen werden gemaakt, dat in 0,05 c.c. een antitoxinehoeveelheid van 2/125 A.E. per c.c. aanwezig zou zijn, indien het bloedserum werkelijk de veronderstelde hoeveelheid antitoxine per c.c. zou bevatten. Hiervan namen we dan 1 c.c., mengden dit met 1 c.c. van de hierboven beschreven toxineverdunning, en spoten na eenige uren 0,1 c.c. van dit mengsel in de huid bij een cavia in.

Voor elke titratie werd de toxineverdunning opnieuw versch bereid, daar bleek, dat door het bewaren van deze sterke toxineverdunningen in de ijskast, na eenigen tijd een niet onbelangrijk toxineverlies ontstond.

Geit.

We zijn begonnen, met de uitscheiding na te gaan van zuiverd en ongezuiverd diphtherieserum bij de geit, het dier, waarmede ook Spronck werkte. Daarvoor hebben we twee geiten genomen, nagenoeg gelijk van leeftijd en gewicht. Het bloed werd verkregen door punctie van een oorvena. Vooraf werd onderzocht, of de geiten wellicht reeds een weinig antitoxine in het bloed hadden, en konden we door middel van de reactie van Römer aantoonen, dat dit veel minder was dan 2/125 A.E. per c.c., zoodat we beide geiten practisch als antitoxinevrij konden beschouwen.

De eerste geit (geit A) hebben we subcutaan ingespoten met 3.000 A.E. van een ongezuiverd diphtherieserum equinum. Hiervoor zijn we uitgegaan van een serum, dat precies getriteerd 340 A.E. per c.c. sterk was, en hebben we een dusdanige verdunning gemaakt met normaal paardeserum, dat 1 c.c. ervan 200 A.E. bevatte, en spoten hiervan bij geit A. 15 c.c in.

De tweede geit (geit B) hebben we eveneens 3,000 A.E. ingespoten, doch van een gezuiverd diphtherieserum equinium, dat precies 520 A.E. per c.c. sterk was, en waarvan door middel van physiologische keukenzoutoplossing een