is toegevoegd aan uw favorieten.

De verhouding tusschen theorie en experiment in de organische scheikunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

redeneering bleek zonder principieele wijzigingen op het gansche uitgebreide gebied der cyclische verbindingen te kunnen worden toegepast.

Men kan gerust zeggen, dat zonder deze theoretische leiddraad de chemie der benzolderivaten en der cyclische verbindingen in het algemeen niet de hooge trap van ontwikkeling bereikt zou hebben, die zij thans bezit. Want voor al die verschillende stoffen, waaronder zoo vele groote praktische beteekenis hebben, zooals verfstoffen en geneesmiddelen en talrijke andere een belangrijke rol vervullen in het leven van plant en dier, leerde men het onderling verband en den samenhang tusschen de verschillende groepen en verbindingen kennen geleid door de theorie, die in de zoo eenvoudige, doch geniale gedachte van Kékulé haar uitgangspunt nam.

En ook thans nog, nu onze feitenkennis op dit gebied bijna onafzienbaar is geworden, zijn de theoretische gezichtspunten in wezen dezelfde gebleven.

Intusschen was aan de struktuur-theorie een uitbreiding gegeven, een zeer belangrijke uitbreiding, toen Van 't Hoff en Le Bel in het jaar 1874 onafhankelijk van elkaar zeer preciese voorstellingen ontwikkelden over de rangschikking der atomen in de ruimte, nadat Pasteur reeds vijf en twintig jaar vroeger in zijn beroemde onderzoekingen over asymmetrie bij organische verbindingen deze problemen aan de orde had gesteld.

Ik zal op de talrijke consequenties der stereochemische theorie, die in zeer veel gevallen door het experiment zijn bevestigd, niet ingaan, doch wil slechts een enkel voorbeeld noemen, waarbij de wisselwerking tusschen theorie en experiment bijzonder duidelijk aan den dag treedt.

Toen Emil Fischer in het jaar 1894 een overzicht gaf van zijn onderzoekingen over de suikerachtige stoffen, stelde hij de beteekenis der stereochemische theorie door de volgende woorden in het licht: ,,Dem Eingeweihten verkünden die modernen Konfigurationsformeln mit der Klarheit und Kürze eines mathematischen Ausdruks sowohl die tatsachlich festgestellten wie manche noch zu erwartenden Metamorphosen der einfachen Zucker".

En inderdaad als men deze onderzoekingen bestudeert, weet men nauwelijks wat meer bewondering verdient: de schoone proefnemingen, die met groote scherpzinnigheid en experimenteerkunst werden uitgevoerd of de klare logica der theorie, waardoor al deze feiten in hun onderling verband konden worden gerangschikt.

Het is op het gebied der synthese, dat de structuurtheorie