is toegevoegd aan uw favorieten.

De ziekten van hart en bloedvaten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

snelheid van voortgeleiding veel kleiner. Oorspronkelijk gebruikt als een argument voor de theorie, dat zenuwvezels den prikkel van boezems naar kamers geleiden, is later gebleken, dat een dergelijke vertraging steeds volgt, wanneer de bundel spierweefsel, die den prikkel geleidt, zeer klein van doorsnede is. In elk geval is deze vertraging van de geleiding de oorzaak, dat er een duidelijke pause bestaat tusschen de contractie van de boezems en kamers, die ruim '/io seconde duurt.

Blijkt dus reeds uit de automatie van het hart en de geleiding van den contractieprikkel door middel van spiervezels, dat de hartspier een eigenaardige plaats inneemt, ook enkele andere eigenschappen van de hartspier zijn zóó karakteristiek en hebben zóóveel belang voor de kliniek, dat zij hier moeten vermeld worden.

Allereerst noemen wij de merkwaardige eigenschap van de hartspier, die geformuleerd wordt in het bekende „Alles oder Nichts-Gesetz": wanneer een prikkel in staat is het hart tot samfentrekking te brengen, dan trekken steeds alle spiercellen van het hart samen, de prikkel moge sterk of zwak zijn. In den regel is de contractie niet maximaal: waar zou anders de reservekracht van het hart vandaan komen? Er zijn natuurlijk vele omstandigheden, die op de kracht van samentrekking van de hartspier invloed uitoefenen en bovendien komen telkens perioden voor, waarin de hartspier niet antwoordt op prikkels. Reageert de hartspier echter eenmaal op een prikkel, dan is de contractie steeds in bovengenoemden zin compleet en dus onafhankelijk van de intensiteit van den prikkel. Bij de skeletspier is dit niet het geval. Deze contraheert onder invloed van een sterken prikkel veel krachtiger, dan onder invloed van een zwakken prikkel. De verklaring van dit verschil tusschen hartspier en willekeurige spier is eenvoudig: bij een willekeurige spier trekken onder invloed van een zwakken prikkel minder spierbundels samen dan bij een sterken prikkel en hierdoor is het antwoord van de skeletspier op den prikkel afhankelijk van de intensiteit van den prikkel. De hartspier-cellen vormen echter een syncytium: niet alleen anatomisch, doch ook functioneel vormen alle hartspier-cellen een geheel, zoodat, wanneer