is toegevoegd aan uw favorieten.

De ziekten van hart en bloedvaten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet zelden komen menschen tot ons niet de klacht van hartkloppingen, zonder dat organische gebreken van het hart kunnen worden aangetoond, terwijl toch het hartrhythme veranderd kan zijn: het zijn menschen, die lijden aan extrasystolen, voornamelijk kamer-extrasystolen. De extra-contractie van de kamer komt te vroeg en het is dus mogelijk, dat de vroege kamercontractie juist jdaats vindt op het oogenblik, dat de boezem op den normalen tijd zich contraheert. Het bloed uit den boezem kan dan niet in de gecontraheerde kamer afvloeien en wordt dus met kracht in het veneuze systeem terug gedreven. Deze overvulling van de aderen, vooral van het hoofd, (Vorhofpropfung van We nek eb ach *) wordt als harde schok gevoeld. Echter, ook de eerstvolgende krachtige contractie, die op de extrasystole volgt, geeft vaak aanleiding tot een gevoel van hartklopping. Tijdens de compensatoire pauze immers, die op de kamer-extrasystole is gevolgd, heeft de kamer een abnormaal langen tijd voor de vulling kunnen gebruiken. Wordt nu bij de eerstvolgende normale systole de overvulde linker kamer leeg geperst, dan wordt ook deze krachtige contractie als harde stoot gevoeld. Zoo geven de kamer-extrasystolen op twee verschillende manieren aanleiding tot het gevoel van hartkloppen. Deze extrasystolen ontstaan het gemakkelijkst bij langzame hartswerking, dus in rust. Zoo zijn er vele menschen, die, wanneer zij zich te bed hebben begeven, den slaap niet kunnen vatten, omdat elk oogenblik de regelmatige hartactie onderbroken wordt door het onaangename bonzen der onschuldige extrasystolen. Bepaalde lichaamshoudingen, vooral linkerzij-ligging, kunnen het ontstaan dezer extrasystolen, dus het gevoel van hartkloppingen, in dè hand werken.

Een tijd lang heeft men gemeend, dat de extrasystolen, die zoo duidelijk gevoeld worden, onschuldige extrasystolen waren, die met nervositeit en dergelijke invloeden te maken hadden. De extrasystolen, die in het zieke, hart ontstaan, zouden echter door den patiënt niet gevoeld worden. Potain heeft deze opvatting wel het scherpst geformuleerd: „Je mets en fait", zegt

1) W enckebaeh. Unregelmaszige Herztiitigkeit. Bergmann. 1914.