is toegevoegd aan uw favorieten.

De ziekten van hart en bloedvaten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er in dit verband aan, dat zelfs onze landgenoot Hamburger, de man van de toepassing van de physische chemie in "de medische wetenschappen, bij de vorming van de lymphe aan den capillairwand een secretorische functie toekent en dus ook van meening is, dat zuivere filtratieprocessen niet voldoende zijn om het normale proces van de vorming van de lymphe te verklaren. Hoeveel moeilijker is deze verklaring dan niet te geven voor de vorming van oedemen, waar abnormaal groote hoeveelheden lymphe uit het bloed treden en in de weefselspleten gedeponeerd worden! Wij moeten de oedemen, die bij hartpatiënten waargenomen worden, goed onderscheiden van de oedemen, die bij patiënten met nier-afwijkingen, speciaal met nephrosen en glomerulo-nephritiden gezien worden. Immers, terwijl de oedemen bij de hartpatiënten het eerst optreden op de plaatsen, waar de stroomsnelheid in de aderen dooide tegenwerking van de zwaartekracht het geringst is, dus vooral aan de beenen, vindt men bij de nephritis zeer vaak de eerste oedemen in het gelaat onder de oogen, wel een bewijs, dat, terwijl bij de nephritis vergiftiging van den vaatwand een hoofdrol speelt, bij hartpatiënten de vermindering van de stroomsnelheid als voornaamste oorzaak beschouwd moet worden.

Waarom treedt nu oedeem op, wanneer de stroomsnelheid tot een zeer laag niveau gedaald is? Van een primaire chloorretentie is hier wel geen sprake. Ook van een zuurvorming, waardoor de colloïden van het weefsel water zouden binden (Fischer) is niets gebleken en de theorieën van dezen scherpzinnigen Amerikaan worden thans door de meesten verworpen. Wij moeten wel aannemen, dat de voeding van den vaatwand en speciaal van de endotheelbuis van de haarvaten door de verminderde stroomsnelheid, door de ophooping van koolzuur en andere stofwisselingsproducten, geleden heeft en daardoor andere diffusie processen ontstaan, dan onder normale omstandigheden plaats vinden. Dat (gelijk Goh 11 li ei m1) reeds heeft opgemerkt) de rol van den vaatwand in dezen zeer belangrijk is, leeren ons ook de allernieuwste onderzoekingen van Günz-

1) Cohnheim. Allgemeine Pathologie.