is toegevoegd aan uw favorieten.

De ziekten van hart en bloedvaten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de sterkere graden van circulatiestoornissen breidt het oedeem zich uit over de beenen, het scrotum, de huid van buik, borst en armen. Meestal treedt ook vocht uit in de sereuse holten, die alle als groote lymphruimten te beschouwen zijn: ascites, hydrothorax, hydropericardium, hydrocele. Worden deze vochtophoopingen grooter, dan benadeelen zij op hun beurt weer mechanisch den veneuzen bloedstroom en ook hier ontstaat dan een circulus vitiosus. Hoopt zich het oedeem in de huid op, wordt dus- de hydrops anasarca zeer sterk, dan ontstaan eerst witte striae door rekking van het onderhuidsclie bindweefsel, soms zelfs berst de huid en baant zich de oedeemvloeistof een weg naar buiten. In aansluiting aan deze ruptuur van de huid ontstaat dan dikwijls eczeem, niet zelden erysipelas, die het lot van den patiënt bezegelt.

Evenals bij de nephritis, kan ook hier langen tijd water uit het bloed in de weefsels overgaan, zonder dat zichtbare oedemen gevormd worden. Het vocht hoopt zich dan voornamelijk op in de lymphspleten van de inwendige organen en de eenige methode om dit stadium van het „prae-oedeem" te ontdekken is het geregeld wegen van den patiënt, waarbij de abnormaal sterke gewichtstoename al spoedig op het juiste spoor brengt.

Longen en Pleura.

Kortademigheid bij beweging is een klacht, die bij de meeste hartlijders wordt waargenomen, onverschillig of de rechter of de linker kamer onvoldoende werkt. Er zijn verschillende oorzaken, waardoor de „dyspnée d'effort" bij de hartpatiënten ontstaat. In de eerste plaats wordt, wanneer de spier van de rechter kamer verzwakt is, het verschil in druk tusschen rechter kamer en linker boezem kleiner. Ditzelfde geschiedt, wanneer bij onvoldoend sluitende mitraalklep het bloed in den linker boezem wordt gestuwd en dus een te hooge druk in het linker atrium ontstaat. Eindelijk heeft men analoge toestanden, wanneer de linker kamer verzwakt is, zich bij de systole niet geheel ontledigt en dus ook stuwing in de longcirculatie ontstaat. Hoe kleiner het drukverschil tusschen rechter kamer en linker boezem, hoe geringer de stroomsnelheid in de longen en hoe