is toegevoegd aan uw favorieten.

De ziekten van hart en bloedvaten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nicotinemisbruik, ook in den vorm van pruimen, naar onze opvatting, het ontstaan van arteriosclerose. De pathologische beteekenis van dezen factor te willen miskennen of zelfs geringschatten, noemen wij verwaarloozing van de wetten der klinische ervaring.

Terwijl de therapie van de angina pectoris later wordt besproken, zij slechts hier vermeld, dat circa een vierde der lijders aan echte angina pectoris aan de „mors subita" bezwijkt. Wij hadden dus wel het recht om straks te spreken van een „memento mori!" Het is wel merkwaardig te ervaren, dat juist deze candidaten voor den plotselingen dood bijna altijd tot den arts de vraag richten, of zij soms ook plotseling kunnen sterven. Het is, alsof zij onbewust een voorgevoel hebben van wat hen bedreigt. Wordt de beantwoording van deze vraag ontweken, dan zijn de patiënten ontevreden; ligt men slechts een tipje van de waarheid op, dan zijn zij ongelukkig. Het eischt veel tact en menschenkennis van den geneesheer, om hier tusschen Scylla en Charybdis door te zeilen!

De eene is hier openhartiger en mededeelzamer dan de andere en de eene zieke verdraagt ook beter een ernstig oordeel dan de andere. Ook hier stuit men op individueele reacties. Daarbij kunnen de omstandigheden ook de gedragslijn van den geneesheer bepalen. Daarom zijn hier geen vaste bindende voorschriften te geven, doch wij hebben er ons altijd het best bij bevonden door niet te veel te zeggen en met het voorbeeld van den grooten Zwijger voor oogen, niet ruwelijk te zinspelen op de kans van een plotseling verscheiden. Immers deze openbaring strekt niemand ten voordeel en verstoort zeer zeker de gemoedsrust van den zieke en zijn omgeving op bedenkelijke wijze. Wanneer somtijds materieele of andere overwegingen het wenschelijk doen schijnen, dat de betrokken persoon althans eenigszins voorbereid is, dan weet een arts, die ook als mensch hoog staat, wel zulke termen te kiezen, dat de zieke niet bezwaard of verontrust wordt. Bovendien dringt zich aan het ziekbed maar al te dikwijls de waarheid op van het bijbelsche woord: „zalig zijn de onwetendeiv'.

Een reeds bejaarde, doch uiterlijk schijnbaar zeer kalme genees-