is toegevoegd aan uw favorieten.

De ziekten van hart en bloedvaten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nostische beteekenis. "Wij noemen hiervan in de eerste plaats den zachten eersten toon aan de punt, die bij de aorta-insufficiëntie steeds wordt waargenomen. Bij elke ongecompliceerde aorta-insufficiëntie behoort de eerste toon aan de punt zwak te zijn, merkwaardig genoeg, daar de linker kamer bij dit hartgebrek bijna zonder uitzondering sterk hypertrophisch is.

Dit feit is ook een argument voor de opvatting, dat de eerste toon aan de punt niet grootendeels door den spiertoon wordt gevormd; anders zou men juist bij de aortainsufficiëntie wegens de hypertrophie van de linker kamer een luiden eersten toon verwachten. Deze zachte eerste toon aan de punt bij de aorta-insufficiëntie is daarom zoo belangrijk, omdat niet zelden bij dit hartgebrek een diastolisch of praesystolisch geruisch aan de punt te hooren is. Is naast dit diastolische geruisch een zwakke eerste toon aan de punt te hooren, dan denken wij het eerst aan de voortgeleiding van het aortageruisch. Soms ook heeft men dan te maken met een zoogenaamd geruisch van F lint, veroorzaakt door de wervelstroomen, die het bloed, dat tijdens de diastole uit de aorta terugstroomt, in de linker kamer veroorzaakt. Is echter naast dit diastolische geruisch een luide eerste toon aan de punt te hooren, dan heeft men bijna steeds te maken met een combinatie van een aorta-insufficiëntie met mitraal-stenose.

Ook bij de mitraalinsufficiëntie is dikwijls de eerste toon bijzonder zacht, omdat de mitraalkleppen bij de systole niet meer onder spanning komen en dus de voornaamste oorzaak voor het ontstaan van den eersten toon ontbreekt. Soms ook zijn de kleppen zóó sterk veranderd, dat zij niet meer in trilling kunnen geraken.

Dat de klappende tweede pulmonaaltoon bij de mitraalgebreken langzamerhand zwakker wordt, wanneer de rechter kamer insufficiënt wordt, bespraken wij reeds. Eveneens werd boven opgemerkt, dat bij de ongecompliceerde pulmonaalstenose de tweede pulmonaaltoon zwak moet zijn, omdat weinig bloed in den kleinen bloedsomloop geperst wordt en dus de druk in de A. pulmonalis abnormaal laag moet zijn. Mutatis mutandis moet bij de zuivere aortastenose de tweede aorta-toon verzwakt zijn.