is toegevoegd aan uw favorieten.

De ziekten van hart en bloedvaten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitrekking van het klepweefsel is ontstaan, die de sluiting beletten.

Over den oorsprong dezer knobbeltjes, die ook elders in het lichaam zijn gevonden (in de subcutis, in de galea aponeurotica, pia mater, gewrichtskapsel, skelet, spieren) en over de vraag of al deze knobbeltjes dezelfde beteekenis hebben en volkomen gelijk zijn, heerscht nog steeds verschil van meening; de dubia zijn talrijk en deze nopen ons dan ook dit onderwerp hier niet verder uit te spinnen l). Het meest waarschijnlijke is, dat de Aschoff'sche knobbeltjes in hart, spier en periphere organen, van bindweefsel afkomstig zijn. Door de meeste onderzoekers wordt aan de speciüciteit der knobbeltjes als karakteristiek voor vroegere rheumatische infecties vastgehouden: jaren, nadat de patiënt aan rheumatiek heeft geleden, zijn in de hartspier nog versche knobbeltjes gevonden. Men heeft zelfs de neiging tot recidiveeren van de rheumatiek en de endocarditis met deze knobbeltjes in verband gebracht door aan te nemen, dat liet onbekende virus rheumaticum latent in de knobbeltjes van de hartspier opgehoopt bleef; vandaar ook dat rheumatici met liartcomplicaties zoo dikwijls recidieven der rheumatische infectie zouden krijgen. De verhoogde vatbaarheid voor rheumatiek bij hen, die reeds eenmaal aan deze ziekte hebben geleden, zou niet anders zijn dan het tijdelijk uitbreken van een in de hartspier gezetelde latente besmetting.

Het patholoog-anatomische onderzoek heeft dus ook hier tot het stellen van vele vragen aanleiding gegeven en tal van nieuwe hoogst belangwekkende gezichtspunten geopend. Ook voor de geneeskundige praktijk zijn deze niet zonder beteekenis. Immers de leer, dat de tonsil of het adenoïde weefsel in den zoogenaamden pharynxring de porte d'entrée voor het ons nog steeds onbekende virus rheumaticum zoude zijn, moge door dit nieuwe onderzoek onaangetast blijven, — de praktische toepassing, die geleid heeft tot de warme aanbeveling van de tonsillectomie als therapeuticum tegen reeds bestaande rheumatische infecties en als prophylacticum tegen recidieven, krijgt toch wel een gevoeligen knak. Echter ook in dit gewichtige probleem is

1) Zie ook Polak Daniëls. Tijdschr. v. Geneesk.. 1916, II. blz. 1473.