is toegevoegd aan uw favorieten.

De artikelen van het nieuwe Strafwetboek die voor de geneeskundigen meer bijzonder van belang zijn te achten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indien het feit den dood van de vrouw ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenis van ten hoogste vijftien jaren.

297. Hij die opzettelijk de afdrijving of den dood der vrucht van eene vrouw met hare toestemming veroorzaakt, wordt gestraft met gevangenis van ten hoogste vier jaren en zes maanden.

Indien het feit den dood van de vrouw ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenis van ten hoogste zes jaren.

Deze artikelen, zooals zij thans luiden, komen in hoofdzaak overeen met de bepalingen door de Staatscommissie voorgesteld. Het oorspronkelijk regeeringsontwerp was daarvan afgeweken door in beide artikelen op te nemen de woorden: „behalve in geval van levensgevaar voor de vrouw of de vrucht." Die woorden werden evenwel door den Minister Modderman weder geschrapt op de volgende gronden die van belang zijn hier te worden vermeld:

1°. De reserve is volstrekt overbodig. Is het ooit bij iemand opgekomen om art. 309 C. P. van toepassing te achten op den chirurgijn die eene operatie verricht of op den Israëlitischen besnijder? Als een letterknecht de toepasselijkheid beweerd had op grond dat in dat artikel, geheel in 't algemeen, van „faire des blessures" sprake is, dan zou de jurist, gedachtig aan het „scire leges, non est verba tenere sed vim ac potestatem" zelfs geen antwoord hebben noodig gekeurd.

In 't algemeen is de genees-, heel- en verloskundige volkomen gedekt, zoo dikwerf hij handelt naar de regelen zijner kunst. Toestemming van den patiënt is noch altijd noodig — de patiënt is wellicht bewusteloos; — noch op zich zelve voldoende — de chirurgijn die een gezond jongman op zijn verzoek een been afzette om hem van de militie vrij te maken, zou strafbaar zijn. Bij de beantwoording der vraag, of inderdaad naar de regelen der kunst gehandeld is, heeft men 1°. zich te verplaatsen op het tijdstip waarop gehandeld wordt. Het is mogelijk dat eene operatie ex post facto blijkt niet noodig geweest te zijn; toch is de medicus volkomen gedekt, indien hij slechts — en dat kunnen alleen de vakgenooten beoordeelen — goede redenen had haar noodig of wenschelijk te achten; 2°. geen specialen maar een algemeenen maatstaf te gebruiken. Men mag van den medicus niet vorderen dat hij wete datgene wat de eerste specialiteit in het vak zou hebben geweten.