is toegevoegd aan uw favorieten.

De rioolkwestie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar verwerpelijk als zij is, heeft zij toch de goedkeuring van Burgemeester en Wethouders weggedragen, en deze goedkeuring is publiek bekend gemaakt. Het werd dus mijn regt en pligt tegelijkertijd, de gevaren daaraan verbonden ten klaarste bloot te leggen.

Wij hebben reeds gezien hoe de waarschuwende stem van den Hygiënist het ontlasten van excrela in de stadsriolen overal afgekeurd heeft (1). Het zij mij vergund daarbij op te merken dat de eerste bouwkundigen van den tegenwoordigen tijd dit bevestigen en een soortgelijk systeem als het mijne en berustende op dezelfde beginselen reeds voorspeld hebben. Sir Joseph Paxton , een der eerste mannen van zijn vak, (zie hel voorstel van den Architect, bladz. 51) de beroemde bouwmeester van het Londensche kristallen paleis, de bekwame tuinbouwkundige en landman, de Zocher van Engeland, die de zaak van het draineren van steden en alles wat daar betrekking op heeft zoo grondig bestudeerd heeft, zegt met nadruk: (zie Minutes of evidence on Sewerar/e of towns, vraag 2485 en 2511) «Ik zeg u, dat ik geloof dat het niet lang zal «duren dat wij tivee afzonderlijke rioolstelsels in onze sleden «hebben zullen, één ten dienste der faecale stoffen, het andere

(1) Dr. L. Ali Cohen zegt daaromtrent: '/De waarschuwende stem van den » hygiënist mogt tot dus verre in dit opzigt nog niet genoegzaam baten, hoe dikwerf " en klaarblijkelijk hij ook aautoonde, dat de wezenlijke oorzaken van vele kwaadaardige, * doodelijke ziekten in die verborgen stoffen onder den grond gezocht moeten worden. " Moordende epidemien — ware proefnemingen in corpore vili — moeten regeringen "en publiek eerst nog meer van het bcstaaude kwaad overtuigen. Toch zijn wij in dit » opzigt thans zoo verre gevorderd, dat er slechts weinigen meer zijn, die het hier » gezegde als louter hersenschimmen der wetenschap beschouwen en behandelen !» Zie zijn Handboek der openbare gezondheidsregeling, Groningen, 1867, bladz. 211. De doktor vergist zich evenwel in het laatst aangehaalde. Nog zeer velen beschouwen deze theorie als een «hersenschim, * gelooven dat inenschen ziek worden omdat Onze lieve Heer het zoo verkiest, en zijn altijd klaar met bewijzen dat in tijden van epidemien juist de inwoners van het morsigste deel der stad verschoond blijven. Dat dit alken is omdat de ziektestof aldaar in een anderen vorm gedurig hare uitwerking heeft, en dat dikwijls de personen, vatbaar voor zulk eene epidemie, haar niet krijgen omdat zij reeds dood zijn, schijnen zij niet te vermoeden.