is toegevoegd aan uw favorieten.

De rioolkwestie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar zijnen smaak; hij heeft meestal geen kapitaal genoeg om daar het resultaat van af te wachten. Maar eene wijziging, die hij begrijpt dat reeds bij den volgenden oogst voordeel zal opleveren, zal hij spoedig genoeg aannemen.

In Engeland is dit het geval niet. Men moet niet denken dat de groote en buitengewone oogsten, daar verkregen ten gevolge der zoogenoemde «High pressure agriculture», algemeen zijn. Men vindt ze alleen op de groote boerderijen van de «oeconomen», die eene goede wetenschappelijke landbouwkundige opvoeding genoten hebben, en door hunne kennis van de analyse van hun land in slaat zijn het naauwkeurigst die mest-bestanddeelen te geven, welke tot het groeijen der planten noodig zijn en daarbij van de verscheidene arbeidsparende werktuigen bestendig gebruik maken.

Men vindt ze ook op kleine boerderijen, waarvan de pachters door hunne landheeren gedwongen worden de verbeterde stelsels toe te passen. Maar de Engelsche boer in het algemeen heeft eene groote gehechtheid aan oude gebruiken en schrijft de groote oogsten, door anderen verkregen, aan hem onverstaanbare oorzaken toe, die hij op zijn eigen land niet toepasselijk acht. Ook gaat de eigenzinnigheid, die altijd het gevolg van onkunde is, hier dikwijls gepaard met een zekere hardnekkigheid, die den Engelschman bijzonder eigen is. (*)

(1) Een voorbeeld kan dit ophelderen. Ik bezocht eene boerderij van den heer Irving , die door de groote oogsten , verkregen door het gebruik van stoomploegen, vrijen cultuur en aanwending van bijzondere mestsoorten, eene zekere vermaardheid verkregen had. Tot mijne verwondering vond ik dat op de daar naast gelegen boerderij, aan zekeren Haverstrom behoorende, die het zelfde soort van land had en daarop dezelfde vruchten (tarwe) teelde, nog altijd de oude handelwijze gevolgd werd en ook jaarlijks van 16 tot 18 bushel graan minder per acre opbragt. Nieuwsgierig de reden daarvan te weten, bezocht ik den laatstgenoemden en vroeg hem waarom hij niet het voorbeeld van zijn buurman volgde, om dus zijne oogst met 30 a 40 percent te verm erderen? Het antwoord was: .Mijnheer, mijne voorouders en ik hebben, volgens de ouderwetsche manier, ons brood verdiend en dat is genoeg; behalve dat, het moet nooit van een Haverstrom gezegd worden dat hij een Irving nageaapt heeft.« Zulk eene eigenaardige troschheid zou men in een Hollandschen boer niet vinden.