is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der inwendige ziekten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De afloop is in hoofdzaak afhankelijk van den toestand der hartspier; een goed gekompenseerde mitraalinsufficiëntie is betrekkelijk onschuldig. Onder gunstige omstandigheden kunnen ernstige verschijnselen ook bij sterke veranderingen van de kleppen langen tijd geheel ontbreken; vaak bereiken de patiënten een hoogen leeftijd.

Van veel belang zijn verder de leefwijze en vooral de leeftijd van den patiënt; kinderen verdragen een klepgebrek in het algemeen beter dan volwassenen. Gewoonlijk blijft het klepgebrek bij hen tot de puberteit gekompenseerd; wanneer dekompensatie optreedt geschiedt dit in den regel onverwachts en voert dan meestal vrij snel tot den dood.

Bij volwassenen kunnen kompensatiestoornissen weer geheel verdwijnen, ook herhaaldelijk (soms 20 keer en vaker). Op den duur treedt onder toenemende waterzucht, kortademigheid, vermagering en verzwakking de dood op.

Herkenning. De mitraalinsufficiëntie kan evenals de andere klepgebreken bijna altijd reeds aan de zicht- en voelbare afwijkingen herkend worden. Zoo is een verplaatsing van den puntstoot naar links, wanneer het hart niet in zijn geheel verschoven is, altijd het gevolg van een hartaandoening, terwijl een frémissement een bijna zeker teeken van een klepgebrek is (Nolen). Een geruisch kan daarentegen ook bij gezonde klepvliezen ontstaan; dit is het geval bij het zoogenaamde accidenteele (anorganische) en het betrekkelijke — insufficiëntiegeruisch.

Het accidenteele geruisch wordt het meest aangetroffen bij bloedarmoede, vooral in de puberteit; in zeldzame gevallen kan het echter ook bij volkomen gezonde menschen optreden. De oorzaak is nog niet met volkomen zekerheid bekend.

Het accidenteele geruisch is bijna altijd systolisch, zwak, zacht blazend en boven alle ostia hoorbaar. Gewoonlijk is het t sterkst (soms uitsluitend) boven de pulmonalis te hooren, terwijl het nooit het sterkst is aan de aorta of de tricuspidalis.

Een diastolisch accidenteel geruisch wordt alleen bij zeer zware bloedarmoede soms waargenomen; een enkele keer hoort men het ook bij de ziekte van Graves-Basedow.