is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der inwendige ziekten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De behandeling bestaat den eersten dag in aanwending van plaatselijke koude; wanneer dit echter niet spoedig belangrijke verbetering brengt, tracht men de ettering te bevorderen door plaatselijke warmte, vooral heete Priesnitz omslagen om den hals en spoelen met een heet salieïnfuus (elk half uur).

Als voedsel wordt ijskoude melk gewoonlijk het best verdragen.

Bij duidelijke teekenen van ettering (pijn bij druk met de sonde) moet het absces geopend worden; anders wachte men hier liefst mee tot ongeveer den 5en dag. Na de insnijding laat men spoelen met sol. perox. hydrog. 1% of sol. permang. kal. 1 ƒ2000- *

Wanneer de aandoening zich telkens herhaalt, moeten de amandelen verwijderd worden.

56. Vergrooting van de keelamandel.

Adenoïde woekeringen.

Oorzaak. De vergrooting der keelamandel berust waarschijnlijk op een aangeboren aanleg en vormt meestal een onderdeel van een hyperplasie van den geheelen ring van Waldeyer.

De aandoening komt buitengewoon veel voor, het meest tusschen het 6e en 11e jaar, maar ook al in de eerste levensjaren. Na de puberteit is ze zeldzaam, daar al voor dien tijd een involutieproces van het adenoïde weefsel begint; bij volwassenen is de keelamandel onder gewone omstandigheden geheel verdwenen.

Verschijnselen. De vernauwing der choanen belemmert de neusademhaling en veroorzaakt daardoor onrustig slapen, snurken (open mond), hoesten (droge keel) en moeilijk slikken, terwijl de afsluiting der tubaöpening aanleiding geeft tot spraakstoornissen (neusklank der stem, stotteren), hardhoorendheid en middenoorontsteking. 'De ernst der verschijnselen is behalve van de grootte der amandel ook afhankelijk van de ligging van het adenoïde weefsel en den vorm der achterste neusopening.

Als verwijderde gevolgen ontstaan vaak hardnekkige