is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der inwendige ziekten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden door bacteriologisch onderzoek van het keelslijm, dat in alle verdachte gevallen verricht moet worden.

In het algemeen moet men aan diphtherie denken bij elke lakunaire angina; een angina, waarbij op zijn laatst den tweeden dag geen beslag ontstaat, is weinig verdacht.

In twijfelachtige gevallen pleiten voor diphtherie: éénzijdig optreden, sterke zwelling en hardheid der regionaire lymphklieren, het voorkomen van typische gevallen in de omgeving en het gelijktijdig bestaan van een laryngitis of een eenzijdige sterke rhinitis.

De diphtherische membranen ontstaan in tegenstelling met de witte vlekken bij lakunaire angina vrij langzaam en worden betrekkelijk snel afgestooten; het beslag is meer wit, glansloos, onregelmatig van vorm, moeilijk weg te wisschen, laat, wanneer men dit doet, een bloedende plek achter en overschrijdt meestal den tweeden of derden dag de amandel.

De strottenhoofdsdiphtherie onderscheidt zich van andere strottenhoofdsaandoeningen door de volstrekte toonloosheid van de stem en den hoest en door de steeds toenemende vernauwing. Het keelslijmvlies bevat altijd diphtheriebacillen, ook wanneer de pharynx zelf geen veranderingen vertoont.

Behandeling. Men begint zoo vroeg mogelijk met de serumbehandeling, ook in twijfelachtige gevallen, zonder de uitkomst van de bacteriologisch onderzoek af te wachten.

Prof. Spronck geeft de volgende voorschriften.

Van het door hem vervaardigde serum antidiphthericum equinum spuit men 10 cM3. (2000 antitoxine-eenheden) onder de huid of in de spieren. In middelmatige en zware gevallen en bij gelijktijdig bestaande strottenhoofds- of neusdiphtherie geeft men bij kinderen boven 2 jaar 20 cM3.; deze hoeveelheid geeft men eveneens wanneer de eerste inspuiting eerst na den 3en ziektedag plaats heeft. De inspuiting van 10 of 20 cM3. wordt herhaald, wanneer de temperatuur 24 uur na de eerste inspuiting niet gedaald is (tenzij de koorts veroorzaakt wordt door een verwikkeling) en eveneens in alle gevallen van croup. Herhaling der inspuiting is ook aan te bevelen, indien 48 uren na de eerste inspuiting de membranen nog niet afgestooten en de regionaire lymphklieren nog duidelijk gezwollen zijn. Een 3e of 4e inspuiting is zelfs in