is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der inwendige ziekten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In kwaadaardige gevallen geeft men zoo spoedig mogelijk een inspuiting van antistreptokokkenserum of van bloedserum van pas herstelde roodvonkpatiënten.

Wanneer aanhoudend braken, heftige buikpijn en ernstige hartzwakte aan onvoldoende functie der bijnieren doen denken, geeft men adrenaline (intramusculair of inwendig).

De prophylaxe bestaat allereerst in onmiddellijke afzondering van den patiënt en de verplegende personen (liefst in een kliniek) tot de vervelling geheel geëindigd is; door dagelijksche inwrijvingen met vaseline (of eucalyptusolie) tracht men het verstuiven der huidschilfers (waaraan de smetstof kan blijven hangen) te voorkomen.

Na afloop der ziekte worden de kamer, de kleeren en alles, waarmee de patiënt in aanraking kan zijn geweest ontsmet; bet speelgoed wordt vernietigd. Deze eindontsmetting is echter minder belangrijk dan de doorloopende ontsmetting aan het ziekbed.

De kinderen, die met den zieke in aanraking gekomen zijn, moeten de eerste 10 dagen afgezonderd worden.

135. Mazelen.

Oorzaak. De verwekker der mazelen is onbekend.

De besmetting heeft hoofdzakelijk plaats door het in aanraking komen met mazelenpatiënten, waarbij een éénmalig kort verblijf in de omgeving van den zieke (in een gesloten ruimte) al voldoende kan zijn. Het meest besmettelijk zijn het neus- en keelslijm en het sputum, vooral in den inkubatietijd.

Gedurende een epidemie komen bij reeds doorgemazelde kinderen vaak lichte katarrhen van de bovenste luchtwegen of het maagdarmkanaal voor, die waarschijnlijk veroorzaakt worden door het mazelengift; deze kinderen zijn dus vermoedelijk smetstofdragers en misschien dikwijls de oorzaak van uitbreiding der ziekte.

Overdraging door voorwerpen komt praktisch niet voor, daar het mazelengift buiten het lichaam slechts korten tijd bestaan blijft.

De vatbaarheid voor de ziekte is zoo algemeen, dat steeds groote epidemieën optreden (vooral in voor- en najaar) en